Roel stak een willekeurige voorbijganger neer en belandde in TBS

Roel is 54 jaar oud en voelt zich alleen op de wereld. Het is een bewogen levensverhaal, waarin maar weinig liefde te ontdekken is. Pas de laatste jaren ziet Roel er af en toe een glimp van. In Jan Boersma bijvoorbeeld, die hem als vrijwilliger van Gevangenenzorg Nederland trouw opzoekt in de tbs-kliniek. Al acht jaar lang.

„Ik kom uit een gezin met drie jongens, ik was de jongste. Mijn moeder heeft geprobeerd om ons op te voeden, maar om de een of andere reden lukte dat niet”, vertelt Roel. „Wij leefden van de sociale dienst, maar bij m’n vriendjes hadden ze het beter. Als we daar speelden stalen we weleens geld. Elke keer honderd gulden.

"Ik had een liefdeloos leven. Ik had alleen maar problemen."


In het begin ging dat goed: we hebben er een kleine auto van gekocht, een DAF, we dronken whisky-cola en rookten sigaretjes. Maar natuurlijk kwam het uit. Dat was ook het einde van de vriendschap. Later leerde ik andere jongens kennen, ook van de straat. We zaten regelmatig op het politiebureau voor autodiefstal en inbraken en zo”.

 Het lukt Roel niet om een normaal bestaan op te bouwen. „Ik had alleen maar problemen, werd twee keer van school gestuurd, ontslagen. Ik had niet geleerd hoe het anders kon. Op m’n achttiende kwam ik in het Huis van Bewaring terecht, weer voor autodiefstal. Ik voelde me gepakt, want elders kreeg je daar een paar weken voor en ik kreeg een half jaar. Toen dacht ik: bekijk het allemaal maar, ik ga de criminaliteit in. Nee, niet omdat me dat leuk leek, het was haat tegen de maatschappij”.

De zucht naar drugs en snel geld

Het is een verhaal om triest van te worden. Roel vindt dat achteraf ook. „Ik had een liefdeloos leven, ben nooit gelukkig geweest”. Hij vond het ook niet in relaties. „Ik heb wel een paar relaties gehad, maar dan zat
ik weer vast voor het een of ander en dan was het weer over”.

Tot in 1990, als Marjan op zijn pad komt. Even lijkt het erop dat Roel rust in z’n leven krijgt. „Ik had een baan en verdiende redelijk en ik leerde Marjan kennen, dat klikte. We trouwden en ik kreeg een betere baan, in een fabriek. Maar ja, toen kwam een kameraad die wist hoe we snel veel geld konden verdienen…”.

Roel kiest voor het snelle geld, zegt zomaar z’n vaste baan op en werkt mee aan een in scène gezette ripdeal. Met het gestolen geld beginnen ze een amfetamine-laboratorium. „Ik wist niet dat je verslaafd kon raken door de dampen die daar vrijkomen, maar zonder het te weten was ik al snel verslaafd. Na een tijdje ging ik het spul zelf ook gebruiken”.

„Toen we met die drugs bezig waren… er ging gewoon psychisch iets kapot. Je beseft niet dat je zo verandert, maar ik raakte alles kwijt”.

Roel denkt dat de psychische problemen waar hij tot op de dag van vandaag mee kampt, hun oorsprong vinden in dit drugsgebruik. „Vanaf die tijd is het eigenlijk niet meer goed geweest. Daarvóór kon ik alles aan, wat er ook gebeurde. Maar toen we met die drugs bezig waren... er ging gewoon psychisch iets kapot. Je beseft niet dat je zo verandert, maar ik raakte alles kwijt, mijn vrouw, mijn vrienden… alles”.

Psychoses, zelfmoordpogingen en een steekpartij

Er volgt een periode van detenties, psychoses in kale pensions, mislukte pogingen om een leven op te bouwen en zelfmoordpogingen. „Door het afkicken van de amfetamine had ik zo’n pijn in m’n lichaam en in m’n geest, ik wilde gewoon dood. Ik sneed m’n polsen door en nam een overdosis heroïne. Maar mijn poging mislukte. Na drie dagen was ik weer bij”. Na een tweede poging komt Roel op de psychiatrische afdeling van de Bijlmerbajes terecht. Daar komt hij wat tot rust, maar als hij weer vrijkomt gaat het direct weer mis.

tbs'er

De voormalige Bijlmerbajes, waar Roel gedetineerd zat

Roel gaat zwerven, leert overleven als dakloze en bouwt een enorme schuld aan boetes op. „Ze pakten me op op Schiphol, ik kwam weer in het Huis van Bewaring. Ik was zo paniekerig en eenzaam, dat het personeel Gevangenenzorg heeft gebeld. Ik kreeg bezoek van een man, hij heette Jan. Dat was fijn, maar het ging echt niet goed met me. Ik wilde tbs, ik wilde geholpen worden, van de straat af. Ik kreeg wel medicatie, maar ze vonden me ‘te goed voor de psychiatrie en te slecht voor de straat’. 

"Ik wilde tbs, ik wilde geholpen worden, van de straat af."

Ik viel echt tussen wal en schip. ‘Dan steek ik wel iemand hartstikke dood’, zei ik”. Het bleek helaas geen loos dreigement. Veertien dagen na zijn vrijlating steekt Roel een willekeurige voorbijganger neer. „Daarna ben ik gaan wachten tot de politie zou komen. Toen was hun vraag: ‘Heb je een mes bij je?’ Ik zei: ‘Ja’, gaf het mes af en bekende wat ik had gedaan”.

Opname in de TBS-kliniek

Roel krijgt tbs en wordt in forensisch psychiatrisch centrum Dr. S. van Mesdag in Groningen geplaatst. „Natuurlijk heb ik gevraagd of ik weer bezoek van Gevangenenzorg kon krijgen en toen kreeg ik deze Jan”.
‘Deze Jan’ is Jan Boersma. Het is nu acht jaar geleden dat hij Roel voor het eerst bezocht.

Forensisch psychiatrisch centrum Dr. S. van Mesdag, waar Roel verblijft

Het eerste jaar zegt Roel nauwelijks iets tijdens de tweewekelijkse bezoeken van Jan. „Ja”, herinnert Roel zich, „ik maakte niks mee. Wat moet je dan vertellen?”. Jan vond dat weleens lastig. „We hadden weinig gespreksstof. Ik wilde niet vragen naar het delict en vond het ook moeilijk om dingen over mezelf te vertellen, daar kwam ik niet voor. Het veranderde pas toen Roel begon te vertellen wat hij allemaal heeft meegemaakt”.

Veertien dagen na zijn vrijlating steekt Roel een willekeurige voorbijganger neer.

Inmiddels heeft Roel veel meer te vertellen: „Ik mag werken als onderdeel van mijn therapie, ik ben receptionist bij een instelling en dat is hartstikke goed. En ik ga proberen vrijwilligerswerk te doen”. Roel zelf is in die acht jaar veranderd, vindt Jan. „Hij is heel erg vooruit gegaan en kan veel beter verwoorden wat hem bezighoudt. Daardoor komen er ook dingen uit het verleden naar boven. Dat is soms goed, maar soms ook lastig. Het contact is ook wisselend, doordat Roel wat wisselend in stemming is, hij denkt zelf dat dat door de medicatie komt”.

Het vraagt dus best iets van Jan om de regelmatige bezoeken vol te houden, ook in periodes dat het contact wat stroever loopt. „Mijn geloof is daarbij echt een inspiratiebron, vooral ‘trouw’ is voor mij een belangrijk element”.

Roel (met geruit overhemd) en vrijwilliger Jan in de tbs-kliniek

Toch zijn de bezoeken niet alleen maar een opgave. „Het is voor mijzelf echt opbouwend om als vrijwilliger gevangenen of patiënten te bezoeken en daarin trouw te zijn. Het levert namelijk ook ongelooflijk veel op. Een andere visie, bijvoorbeeld. Je leeft vaak in een klein – kerkelijk – kringetje en het is een verademing om buiten dat kringetje te werken. Roels wereld is zo anders dan die van ons”. 

Jan is belangrijk in het leven van Roel. „Hij is een goede kennis, misschien wel een vriend. Maar Jan houdt de boot altijd een beetje af, hij vertrekt steeds na anderhalf uur weer”. Jan lacht. „Ja, Roel snapt niet altijd dat ik er niet alleen voor hem ben”.

Hoewel ze er regelmatig over praten, heeft Roel weinig met het geloof. „Nee, door de ellende die ik heb meegemaakt. Ik voel me wel verbonden met het Jodendom, dat volk is altijd slecht behandeld. Net als ik”.

Ondanks het feit dat het beter gaat met Roel, ervaart hij nog steeds geen geluk. „Heel soms ben ik tevreden, maar geluk is een veel te groot woord. Ik denk dat geluk met liefde heeft te maken en ik heb een liefdeloos leven. Jan krijgt liefde van Jezus, maar ik voel dat niet”. Roel ziet wel de liefde die Jan toont door hem zo trouw te bezoeken. „Ja”, zegt hij met dankbare blik op Jan, „daar ben ik heel blij mee”.

---

Tekst: Ineke Kouwenberg

Roel heet in werkelijkheid anders


Meer ingrijpende verhalen lezen van gevangenen en hun familie?

Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief

Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief