Zijn vader zit erin, net als zijn stiefvader, zijn broer, zijn vrienden en eigenlijk iedereen die hij kent.

Gepubliceerd op 29 juni 2016 door Gevangenenzorg Nederland.

“Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.”

Zware criminaliteit is voor de meesten van ons een totaal andere wereld. Andersom is dat ook zo. Als je opgroeit in ‘de onderwereld’ is het bijna onmogelijk om een normaal leven te gaan leiden. Toch wil Paul niets liever, hoe moeilijk dat ook is. Vrijwilliger Jilles van Gevangenenzorg Nederland staat hem bij en hij bidt voor Paul. Elke dag. Want “het kan niet zonder God”. 

Paul leeft in een wereld van snelle deals, stapels geld en grof geweld. Hij spreekt de taal en doet er volop aan mee, al sinds z’n 16e. Dus belandt hij met regelmaat in de gevangenis, voor steeds zwaardere delicten en steeds langere periodes. Hij vertelt er openlijk over. “In 2008 kreeg ik 19 maanden. Daarna ging het een tijdje goed, maar op de één of andere manier kreeg ik het voor elkaar om het toch weer te verpesten. Dus ben ik 2010 weer gepakt en moest ik me laten behandelen. In 2012 kwam ik opnieuw vast te zitten. Voor vier jaar.” Afgelopen januari kwam Paul vrij, maar dat bleek helaas weer van korte duur. We treffen hem dus binnen de muren van een justitiële instelling. Hij zit in voorlopige hechtenis vanwege een nieuw delict; de behandeling van zijn zaak staat voor deze zomer gepland.

Paul groeide op met criminaliteit. “Mijn vader had een normale baan, maar deed daarnaast nog andere zaakjes. Daar betaalde hij een tweede huis van en mooie auto’s.” Toch was het gezinsleven veilig en warm. Paul raakt dan ook erg van slag als zijn ouders gaan scheiden. “Ik was 16 en het was heftig voor me. Ik was ineens m’n veiligheid kwijt. Daar heb ik heel veel last van gehad en daardoor is er, zeg maar, wat fout gegaan in m’n bovenkamer.” Paul kampt met psychische problemen. “Het stoplicht gaat bij mij niet van groen naar oranje naar rood, maar van groen in één keer naar donkerrood. Het is alles of niks. Daarom zat ik vanaf 2010 ook in de kliniek, om daar beter mee om te leren gaan.”

Patser

Elke keer als Paul vast zit, krijgt hij trouw bezoek van vrienden en familie. Ze komen soms wel twee keer per week. En toch heeft hij ook behoefte aan ander contact. “Ik wilde contact met een normaal mens, als je begrijpt wat ik bedoel. Met mensen van buiten ‘het wereldje’.” Op advies van een medegevangene meldt hij zich daarom in 2012 aan bij Gevangenenzorg. Al snel komt vrijwilliger Jilles op bezoek. “Jilles was een heel nette man, in mijn ogen echt anders.” Jilles weet zich die eerste afspraak nog goed te herinneren. “Paul kwam dat kamertje binnen, dure jas aan, merkpet op z’n kop. Echt een patser. Achteraf begrijp ik dat dat vooral onzekerheid was. Bij het tweede gesprek was dat helemaal weg. Toen kwam hij in trainingspak, gewoon zoals hij was.” Paul beaamt het. “Het vertrouwen was er in één keer. Als ik iemand niet vertrouw kan ik bot zijn, maar dit klopte direct.”

Respect

De werelden van Jilles en Paul liggen mijlenver uit elkaar. Waar moet je het dan over hebben? Jilles: “Die eerste keer al spraken we net zo lang tot de bewakers op de deur bonsden. We praatten over van alles.” “Maar niet over m’n delict,” vult Paul aan. “Wel veel over persoonlijke dingen. Mijn toenmalige vriendin had me verlaten toen ze hoorde dat ik vier jaar vast zou zitten. Daar was ik wel kapot van en daar hebben we veel over gepraat.”

Via Jilles krijgt Paul ook contact met Gert, een christelijke man die Paul opzoekt in de periode dat hij in een kliniek verblijft. Gert neemt Paul mee naar de kerk en nodigt hem uit om met een groep mensen uit de kerk te gaan sporten. Pauls ogen lichten op als hij erover vertelt. “Door mijn verleden en m’n uiterlijk was ik echt anders dan zij, maar van deze mensen kreeg ik gewoon respect. Niet omdat ze bang voor me waren, maar om wie ik was. Ik vind dat super! Dat ik een kans krijg van mensen die mij niet kennen en van sommige delicten zouden walgen. Ze kunnen ook heel anders reageren, maar deze mensen niet, die bleven me steunen. Met alle pakken geld die ik in m’n handen heb gehad, ben ik nooit zo gelukkig geweest als toen.”

Geen wonder dat Pauls diepste wens een doodgewoon leven is, een leven als dat van Jilles. “Op zondag naar de kerk, ’s avonds eten met familie, soms gewoon een boek lezen. Een lekker rustig leven, zonder al die acties. Natuurlijk heb je dan minder geld, maar daar kan ik ook van rondkomen.”

Niet zonder God

Inmiddels kennen Paul en Jilles elkaar al vier jaar en ondanks alle mooie ervaringen en de vele goede gesprekken zit Paul weer vast. Er lijkt dus maar weinig te veranderen. Wat is de winst van dit contact? “Zo kijk ik er helemaal niet naar,” zegt Jilles. “Weet je, Jezus heeft gezegd dat we gevangenen moeten bezoeken. Dus dat doe ik. En Jezus geeft niet op, dus dat doe ik ook niet. Het gaat om gewoon contact van mens tot mens. Natuurlijk zou ik graag zien dat Paul niet meer met criminaliteit in aanraking komt, maar dat kan ik niet voor hem doen.”

Paul wilde hetzelfde. Hij was begin dit jaar vastbesloten: hij zou niet meer de fout in gaan. Het liep anders. “Ik ben teleurgesteld in mezelf en boos. Ik heb er moeite mee om mezelf aan te kijken in de spiegel. Ik heb echt een domme fout gemaakt, terwijl mensen me gewaarschuwd hadden. Ik heb het toch gedaan. Ik ben er helemaal klaar mee,” zegt hij gefrustreerd.

Jilles kijkt hem aan. “Je zou het ook aan God kunnen vragen.” “Ja,” zegt Paul “maar dat durf ik niet meer. Als je zulke delicten pleegt, dan houdt het een keer op.”  Jilles schudt z’n hoofd: “Dat is écht niet zo. Jezus weet precies wat je gedaan hebt en Hij wil je helpen. Hij kan je helpen, als je maar echt opnieuw wilt beginnen.” Paul: “Dat geloof ik ook, ik heb zelfs dingen gekregen waar ik om gebeden heb. Maar uiteindelijk heb ik toch weer andere keuzes gemaakt. Dus ik durf niet meer naar de kerk en te bidden. Ik heb er ook met een dominee over gepraat. Het is moeilijk.”

Als hij dat zegt is van de grote, stoere crimineel nog maar weinig over. Jilles is zichtbaar bewogen: “Je wilt echt een ander leven, Paul, maar dat kan niet zonder God. Als je Hem niet in je leven laat, lukt het niet. Ik kan zelf ook niet zonder God. Je weet dat ik elke dag voor je bid, net als Gert en andere mensen.” Paul weet het maar al te goed.

Aan het eind van het gesprek wil Paul nog één ding kwijt. “Ik wil Gevangenenzorg en de mensen van de kerk bedanken dat ze me steeds weer een kans geven. Ik durf niet vooruit te denken, maar ik weet wel wat ik geleerd heb van Jilles, dat ik zo niet kan leven. En wie goed doet, goed ontmoet.

Bookmark and Share
Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangenen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief