Samen dweilen is beter dan alleen

Gepubliceerd op 12 juni 2018 door Gevangenenzorg Nederland.

 

Ex-gevangene Mano komt na jaren van middelengebruik en criminaliteit tot inkeer. De weg naar herstel lijkt geblokkeerd door tal van praktische problemen. Gevangenenzorg Nederland helpt Mano stap voor stap. Vrijwilliger Erik: “Het lijkt soms dweilen met de kraan open. Maar samen dweilen is beter dan alleen.”

 

“Mijn zoon is geen crimineel!” riep Mano’s moeder ooit tegen politiemannen aan de deur. Maar helaas, het lieve moederskindje dat zij kende, bleek buiten de deur met heel andere dingen bezig. “Ik hoorde bij een groep jongens. We hingen wat rond, blowden elke dag en om aan geld te komen deden we criminele dingen.”

Mano (34 jaar) is niet in Nederland geboren. In zijn jongste jeugd beleefde en zag hij veel moeilijke dingen, waar hij liever niet over praat. Het is te persoonlijk en nog steeds heel ingrijpend voor hem.

Daarom begint hij het verhaal in de jaren negentig, toen zijn moeder met haar vier kinderen naar ons land was gevlucht. Na een aantal jaren in asielzoekerscentra kreeg het gezin een huis toegewezen. “Het

was niet in zo’n heel goede buurt,” vertelt Mano. “Er heerste een bepaalde sfeer. Op straat probeerde ik erbij te horen en leerde ik verkeerde dingen.” Hij maakt de middelbare school nog af, maar zijn carrière op het mbo duurt nog geen half jaar. “Ik werd van school gestuurd, omdat ik agressief was.”

De daarop volgende jaren hebben Mano en zijn kameraden maar één levensmotto: ‘lang leve de lol’. Die lol bestaat voornamelijk uit niets doen en dagelijks gebruik van softdrugs. “Hoe ik aan geld kwam? Vooral door criminaliteit. Ik ben er niet trots op, maar ik dacht er toen niet verder over na,” zegt Mano. De jongens worden regelmatig opgepakt en belanden steeds voor korte of langere tijd in de gevangenis. Op zijn negentiende is het delict zo zwaar dat Mano voor anderhalf jaar vast komt te zitten. Daar schrikt hij best van en hij besluit die vorm van criminaliteit voortaan achterwege te laten. Maar heel veel verandert er niet.

 

Nadenken

Zo leeft Mano jarenlang een leeg leven. “Over de toekomst en wat ik wilde met mijn leven, daar dacht ik nooit over na. Tot mijn moeder ziek werd,” Mano krijgt een brok in zijn keel als hij erover vertelt. “Mijn

moeder lag in coma. Ik dacht: nu ga ik mijn leven beteren. Stiekem hoopte ik dat mijn besluit haar energie zou geven en dat ze daardoor beter zou worden. Maar zo is het niet gegaan.” Door het overlijden van

zijn moeder gaat Mano eindelijk over zichzelf nadenken. “Ik bedacht dat mijn moeder me niet naar Nederland heeft gebracht om een crimineel te worden. Daar heeft ze al die moeite niet voor gedaan.”

Hij neemt een besluit. “Ze was er niet meer. Maar ik wilde toch laten zien dat ik begreep wat zij wilde dat ik met mijn leven zou doen. En wat ik eigenlijk zelf ook wilde.”

 

Obstakels

Mano stopt met z’n criminele activiteiten. Dat betekent voor hem helaas niet dat hij de gevangenis nooit meer van binnen ziet. Hij had en heeft namelijk onbetaalde boetes, waarvoor wettelijk geen regeling

getroffen kan worden. In een periode van twee jaar wordt hij regelmatig vastgezet om hem tot betaling te dwingen. “Dat was zwaar,” vertelt Mano. “In het begin had ik een huis en een uitkering en ik probeerde op

verschillende manieren hulp te krijgen om eruit te komen. Maar elke keer als je vastzit, raak je alles weer kwijt en moet je opnieuw beginnen. Je probeert omhoog te komen, maar ik werd steeds weer

een stuk teruggegooid. Ik voelde me opgejaagd en zag geen uitweg.” Uiteindelijk komt er toch een regeling en kan Mano zich richten op het leven na detentie. Daar blijken nog flink wat obstakels te wachten.

Naast de onbetaalde boetes en andere schulden kampt Mano met allerlei praktische en psychische problemen. Vanuit de gevangenis klopt hij aan bij instanties, maar vanwege zijn leeftijd én omdat hij tot

dan toe zelf alle hulp had geweigerd, krijgt hij elke keer nul op het rekest. Tot zijn casemanager hem een folder van Gevangenenzorg Nederland geeft. Hij neemt contact op en vindt een luisterend oor. “Toen

ik uit de gevangenis kwam, stond er iemand van Gevangenenzorg op me te wachten,” zegt hij geroerd.

 

Niet alleen

Erik is als vrijwilliger van Gevangenenzorg Nederland betrokken bij Mano. Mano: “Er speelt zoveel, soms weet ik het gewoon niet meer. Op zo’n moment bel ik Erik en hij zegt dan waar ik moet beginnen.” Toch zijn er momenten dat Mano moedeloos wordt van zijn situatie. “Ik blijf alleen maar tegen muren aanlopen. Ik heb geen zicht op een betere toekomst. Als ik alleen dat zou hebben, dan zou ik eindelijk kunnen ademen." Tegelijk is hij zich ervan bewust dat de ellende bij hemzelf begonnen is. “Wie z’n schuld dit allemaal is? De mijne. Ik heb dit veroorzaakt door mijn keuzes. Maar ik vind het weleens oneerlijk dat het me bijna onmogelijk wordt gemaakt om opnieuw te beginnen. Ik weet nooit wat er morgen gebeurt. Of er een

deurwaarder komt die alles meeneemt. Ik heb geen enkele zekerheid in m’n leven.” “Mano’s situatie is echt lastig,” zegt Erik. “Ik kom daarom eens in de twee weken langs. Dan zitten we trouwens niet alleen maar te somberen. Nee hoor, we hebben het ook gezellig. Want het leven moet ook een beetje leuk zijn. Je moet ook kunnen genieten en over andere dingen praten dan die problemen. Die zijn er morgen ook nog.” Toch laat het hem allemaal niet koud. “Ik word weleens boos op het systeem. Ik zie te vaak dat mensen echt willen, maar dat de maatschappij ze geen kans geeft. Dat frustreert. Daardoor voelt het soms als dweilen met de kraan open. Maar samen dweilen is in elk geval beter dan alleen.” Mano beleeft dat net zo. “Je kunt je snel alleen en hulpeloos voelen,” legt hij uit. “Maar als je iemand hebt die naar je luistert, ook al kan hij er niet veel aan doen, dat helpt voor mij al heel veel. Door Erik voel ik dat ik er niet alleen voorsta.”

 

Hoop

Mano is niet met geloof opgevoed, maar heeft dankzij een vriend Jezus leren kennen. “Hij heeft mij  overtuigd van zijn geloof. Daarvoor heeft hij wel bijna een jaar lang elke dag op me ingepraat,” vertelt Mano lachend. “Deze jongen is mijn enige echte vriend. Hij is eerlijk en zegt het ook als ik niet goed bezig ben. Daardoor dacht ik: als hij het gelooft, moet het waar zijn. Dus ik geloof zeker in Jezus. In mijn cultuur zijn veel mensen moslim, dus ik kom er niet makkelijk voor uit. Maar als ik alleen ben, dan heb ik wel het gevoel dat Hij mij helpt.” Mano weet dat Erik ook christen is. Maar ze praten daar niet elke keer over. Erik: “Ik kom hier in de eerste plaats vanwege zijn vraag om Mano een stap verder te helpen met heel praktische zaken. Ik wil mijn geloof laten zien in mijn daden. Christen-zijn is voor mij: er zijn als iemand je nodig heeft. En samen zoeken naar een lichtpuntje, hoe donker de situatie ook lijkt. Er is altijd hoop. Heel praktisch je schuld oplossen hoort daar ook bij.”

Tekst: Ineke Kouwenberg

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief