Licht in de donkerste periode!

Gepubliceerd op 7 december 2017 door Gevangenenzorg Nederland.


Wim verloor alles wat hij had door een ingrijpend delict. Zijn bezit, zijn vrijheid, zijn gezondheid en ook het contact met zijn familie. Gevangenenzorg-vrijwilliger Nico zocht hem op in zijn eenzaamheid. Dat was het begin van herstel. “Dankzij Nico en mijn gezin en met Gods hulp ga ik het redden,” aldus een dankbare Wim.

Wim is begin 50. Hij vertelt openlijk over zijn verleden en hoe hij op deze plek beland is. “Mijn jeugd was niet makkelijk. Ik ben enorm gepest op de lagere school en heb niet alle geluk van de wereld gehad. Maar, ik kwam goed terecht,” vertelt hij. Wim trouwde en kreeg een goede baan in de ICT. Zijn kinderen zijn inmiddels jongvolwassenen. Zijn oudste kind heeft een eigen bedrijf, de zoon werkt als bakker en zijn jongste kind studeert.

We ontmoeten Wim op een zogenoemde Forensisch Psychiatrische Afdeling. Hij heeft er een kamer en volgt een behandelingsprogramma dat door de rechter is opgelegd. Trots laat Wim twee certificaten zien van trainingen die hij volgde. Het zijn de eerste zichtbare bewijzen op de lange weg naar herstel.

Een Forensisch Psychiatrische Afdeling biedt behandeling aan mensen met een justitiële maatregel die onder invloed van een psychiatrische stoornis een delict hebben gepleegd. Een Forensisch Psychiatrische Afdeling is een gesloten kliniek waar patiënten geleidelijk hun vrijheden opbouwen en uiteindelijk weer terugkeren in de maatschappij.

Bergafwaarts

Het is een gelukkige tijd, maar Wim worstelt met iets. Pas nu weet hij dat dit ‘iets’ een trauma is.  “Op een gegeven moment begon ik te drinken en werd ik depressief,” vertelt Wim. “Het werd almaar erger toen ik besloot dat ik mijn vrouw niet langer tot last wilde zijn. Ik ben toen op mezelf gaan wonen, maar alleen ging het helemaal bergafwaarts.” Wim voelt zich steeds ellendiger. Ondanks dat blijft hij zich netjes kleden en gaat hij gewoon naar zijn werk. Zijn vrouw ziet het maar kan hem niet helpen. Verder heeft niemand door hoe slecht het met hem gaat. Het brengt hem uiteindelijk tot een ingrijpend delict, waarmee hij het leven van zichzelf en van anderen in gevaar brengt. En waar een forse gevangenisstraf op volgt. “Ik dacht: niemand wil me helpen, ik ben alleen op de wereld. Het hoefde van mij niet meer.”

 Wim wordt wakker op de intensive care en ontdekt dat hij alles kwijt is. “Mijn spullen, muziek, mijn tekeningen, m’n kleding, alles was weg.” Maar dat is niet wat hem achteraf het meest zeer doet. “Als ik op dat moment had beseft wat ik mijn kinderen, mijn vrouw en mijn ouders aandeed. En mijn buren... Je staat er op zo’n moment niet bij stil. Ik was echt niet voor rede vatbaar.”

Nog in het ziekenhuis wordt Wim gearresteerd. Hij wordt naar het Huis van Bewaring gebracht. Wim is totaal ontredderd. “Ik was nog nooit in aanraking met justitie geweest en toen zat ik ineens daar. Tussen boeven en criminelen. Ik wist me geen raad, ik moest met iemand praten. Maar ja, mijn vrouw en kinderen waren zo geschrokken, die wilden me niet meer zien.” De gevangenispredikant zoekt Wim op en ziet hoe eenzaam hij is. “Hij vertelde over Gevangenenzorg en zo is het gekomen. Nico kwam en daar ben ik nog steeds blij mee.”

 Iets voor een ander betekenen

“Ik was net begonnen als bezoekvrijwilliger,” vertelt Nico. “In ons kerkblad had ik gelezen dat Gevangenenzorg mensen zocht. Dat trok mij, ook omdat ik als christen iets voor een ander wil betekenen. In de Bijbel wordt op diverse plaatsen aandacht gevraagd voor de gevangenen: Bezoek hen en ga naast hen staan alsof je zelf gevangen bent” Hij koos daarvoor wel een moeilijke doelgroep. “Gevangenen, ja. Omdat deze mensen door de maatschappij lijken te worden uitgekotst.” Wim herkent dat. “Ja, er zijn veel vooroordelen. Daarom vind ik het zo mooi dat er mensen zijn als Nico die hun vrije tijd opofferen voor hun gedetineerde medemens.”

 In het begin dringt Nico nauwelijks tot Wim door. Tot Wim hem een tekening laat zien die hij zelf gemaakt heeft. “Het was een kunstzinnige voorstelling van een leven achter prikkeldraad. Wim zei: ’dat prikkeldraad is de gevangenis en die boom waar de kop vanaf is, die staat voor hoe ik me voel. Ik ben er, maar ik ben er ook niet. De groene blaadjes betekenen dat ik nog leef.’ Zo kon Wim laten zien hoe hij zich toen voelde: een gebroken man die nog leefde. Maar dat was dan ook alles.”

Boos

Vanaf dat moment gaat het langzaam beter met Wim. Het herstel van contact met zijn familie is daarin enorm belangrijk. Als eerste komen zijn vrouw en oudste kind hem opzoeken. Ze misten hun man en vader enorm. “Ik weet nog zo goed dat ze uit de bus stapten. Ik omhelsde hen, de tranen rolden over mijn wangen.” Ook zijn zoon zoekt zijn vader weer op en zelfs met Wim ’s vader en moeder wordt het contact hersteld. Een uitgebreid gesprek was daarbij niet nodig. “Geen gekke dingen meer doen, jongen,” was het enige wat zijn moeder erover te zeggen had.
Alleen de jongste blijft weg. “Die wilde niks meer van me weten. Ik snap dat helemaal. Mijn kind was boos, wat moet je met een vader die zoiets doet? Ik begrijp dan nu ook echt niet meer waarom ik toen zo’n ernstig delict heb gepleegd. Ik ben gek op m’n kinderen en ik heb hen zo’n pijn gedaan.”

 Wim groeit verder in zijn herstel. Hij krijgt een baan in een magazijn buiten de gevangenis, volgt trainingen en wordt psychiatrisch behandeld voor het trauma dat hij ooit opliep. Maar op een dag gaat het helemaal mis in zijn hoofd. Wim krijgt een toeval en wordt met spoed vervoerd naar het ziekenhuis. “Dat was de tweede keer dat ik bijna doodging,” zegt Wim geroerd. “Toen ik thuiskwam uit het ziekenhuis kwam de dominee langs. Hij vroeg hoe het ging. Ik zei alleen maar: ‘we moeten bidden.’ Toen hebben we samen God gedankt. Dat was het mooiste wat ik ooit van m’n leven heb meegemaakt.” Wim huilt bij de herinnering. “Het was net of God zijn hand op mijn schouder legde en  zei: ‘het is goed, Wim’.” De gezondheidsproblemen brengen nog iets ongedachts mee: Wim’s jongste kind komt weer langs. Het maakt hem dolgelukkig, maar het is ook confronterend.

 Door dik en dun

In de afgelopen jaren is er een band gegroeid tussen Nico en Wim. “We zien elkaar om de week,” vertelt Nico. “En inmiddels is het gesprek heel anders geworden. Wim vertelt veel over zijn werk, zijn familie en wat hem verder bezighoudt.” Wim ziet Nico dan ook echt als een kameraad ‘door dik en dun’.”

Je zou verwachten dat Wim niet kan wachten tot hij naar huis mag. Maar dat is niet zo. “Ik wil eerst de behandeling helemaal doorlopen. Echt zeker weten dat ik weer geschikt ben voor de maatschappij en anderen niet tot last zal zijn. Het is helemaal niet mijn aard om mensen pijn te doen. Ik wil dit daarom niet nog eens meemaken. Niet voor mezelf, maar ook niet tegenover God en niet tegenover mijn vrouw en kinderen. Daarom heb ik apengeduld. Mijn vrouw gelukkig ook. Ze zegt steeds: ‘doe maar rustig aan, ik wacht op je, we worden samen oud’.”

 Aan het eind van het gesprek heeft Wim nog een oproep aan de lezers van deze nieuwsbrief. “Ik ga het redden, dankzij Nico, mijn familie en met hulp van God. Maar ik heb zoveel eenzame mensen gezien in de gevangenis, mensen waar het niet goed meeging, omdat niemand naar ze omkeek. Daarom zeg ik: word ook bezoekvrijwilliger. Dat is echt nodig.” Nico sluit zich daarbij aan. “Zoals ik Wim heb zien oplichten na een heel donkere periode, dat gun ik iedereen. En Wim persoonlijk wens ik toe dat hij als een sterke man weer terugkomt.”

 Tekst: Ineke Kouwenberg

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangenen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief