'Ik was in het begin heel erg boos op mezelf'

Gepubliceerd op 2 december 2019 door Gevangenenzorg Nederland.

Theo (19) had een fijn leven, groeide op in een christelijk gezin,  maar belandde in de gevangenis. ‘Eigen schuld’, zegt hij zelf. De komende kerstdagen en ook de jaarwisseling zal hij in de gevangenis doorbrengen, en dat vindt hij moeilijk. Het leven hier valt hem zwaar. ‘Echte steun is zeldzaam in de gevangenis’, ervaart Theo. Daarom is hij zo blij met de regelmatige bezoeken van onze vrijwilliger Chantal.

 

Theo is een levensgenieter; zo’n jongen die op mooie zomerdagen zo lang mogelijk op het strand blijft. Liefst tot ver na zonsondergang. Iemand die z’n eigen gang gaat en op de meest onmogelijke tijden het huis insluipt, net niet zachtjes genoeg om zijn ouders en zusje niet wakker te maken.

Zo ging het tot een jaar geleden. Hoe anders is zijn leven nu. Theo komt buiten niet verder dan de luchtplaats van de gevangenis. De deur van zijn cel gaat dagelijks om half vijf op slot, tot een bewaarder hem de volgende ochtend om een uur of half acht weer opent. ‘Het hoort erbij’, zegt hij berustend. ‘Thuis deed ik wat ik zelf wilde en als iemand het er niet mee eens was: jammer dan. Maar hier heb je niet veel te willen.’ Vroeger botste Theo regelmatig met z’n ouders omdat ze, in zijn ogen, hem te veel beperkten. Nu moet hij zich schikken naar het gevangenisregime. ‘Je bent hier echt je vrijheid kwijt, anderen bepalen wat er met je gebeurt. Natuurlijk vind ik dat weleens frustrerend, maar je hebt geen keus. Anders snijd je jezelf alleen maar in de vingers. Het is soms moeilijk, maar het lukt me wel.’

 

Eigen schuld

Theo draait er niet omheen, het is zijn eigen schuld dat hij hier zit. Hij vertelt over ‘verkeerde vrienden’ waardoor hij in een situatie belandde die hij niet meer in de hand had. Met alle gevolgen van dien. ‘Ik was in het begin heel erg boos op mezelf. Dat juist ik me zo had laten gebruiken dat ik hier terecht kwam. Dat frustreerde me enorm’,  vertelt hij over de eerste periode na zijn aanhouding. ‘Ik zat in beperking, dus ik mocht geen contact hebben met bekenden. Daardoor wist ik niet hoe het met m’n ouders ging en hoe ze erin stonden. Dat vond ik heel moeilijk.’ Het contact met zijn ouders is inmiddels hersteld. ‘Ze komen vaak op bezoek en zijn heel steunend. Terwijl het voor hen zeker niet makkelijk is; het is ook voor hen  een rottijd.’

 

'Hij bleef maar praten'

Het zijn Theo’s ouders die hem wijzen op Gevangenenzorg Nederland. ‘Ik kreeg een envelop vol brochures van m’n moeder. Nu kreeg ik best vaak bezoek, maar ik was nieuwsgierig wat Gevangenenzorg voor me kon doen. Ik belde en zo kwam Chantal op m’n pad.’ Chantal is bezoekvrijwilliger. Haar eerste bezoek aan Theo herinnert ze zich nog goed. ‘Hij zei dat hij niet wist wat hij moest vertellen, maar hij bleef maar praten. ’Theo lacht: ‘In de gevangenis praten mensen nauwelijks echt met elkaar. Je wisselt soms wat feitjes uit over je strafzaak, meer niet. En als iemand vraagt hoe het gaat, zeg je altijd: goed! Ik had dus geen idee waar ik het met Chantal over moest hebben. Maar toen ze wegging, hadden we meer dan een uur volgepraat! Waarover? Over mezelf, het gezin waar ik uit kom, het leven hier. Nou ja, over van alles, behalve over m’n zaak.’ Sinds die eerste keer gaat Chantal trouw om de veertien dagen bij Theo langs.

 

Echte belangstelling

Theo krijgt aardig wat mensen op bezoek, zeker in vergelijking met veel andere gedetineerden. Toch is het bezoek vanuit Gevangenenzorg belangrijk voor hem. ‘Familie en vrienden kunnen maar af en toe komen. Dan praat je even bij’,  legt Theo uit. ‘Maar Chantal spreek ik elke twee weken. In de tussentijd kan ik over dingen nadenken en daar praten we dan over door. Het is eigenlijk één lang gesprek dat we voeren.’ Chantal weet dat er veel moeite en eenzaamheid is in de gevangenis. Dat motiveert haar tot dit werk. ‘Ik wil graag iets betekenen voor mensen in deze situatie. Het is voor ieder mens goed als een ander echte belangstelling voor je toont. En ik leer van Theo om meer te genieten van gewone dingen. Zoals de vrijheid om buiten te zijn.’ 

 

Confronterend

Het is bijzonder hoe Theo juist in deze situatie intens blij kan worden van ogenschijnlijk kleine dingen. ‘Ik liep in het begin op slippers omdat m’n schoenen bij m’n arrestatie in beslag waren genomen. In verband met het onderzoek’, legt hij uit. ‘Na een paar maanden kreeg ik ineens een pakketje en daar zaten m’n schoenen in. Je hebt geen idee hoe blij ik daarmee was. Of dat het raam in m’n cel een stukje open kan, dat vind ik ook zo fijn. Ik kan op een mooie winteravond de buitenlucht ruiken. Daar kan ik zo enorm van genieten.’ Die blijdschap is ook confronterend. ‘Natuurlijk word ik op zo’n moment ook een beetje verdrietig omdat dat ik niet naar buiten kan. Om wat ik mis. Maar ik probeer daar overheen te stappen. Ik heb geen levenslang hè, er komt een tijd dat ik weer vrij ben!’

 

Leven na detentie

Hoe lang Theo nog moet zitten, hoopt hij binnenkort te horen. Hij denkt na over het leven na detentie. ‘Ik kijk er nu al naar uit. Mijn oude vak kan ik als ex-gedetineerde niet meer oppakken, ik bedenk wel wat anders. Ik heb heel veel plannen.’ Chantal: ‘Ik ga eens bij Gevangenenzorg aankaarten of Rinus hem niet kan helpen. Die heeft al veel gevangenen aan het werk geholpen.’

 

Domme keuze

Een nieuwe periode van detentie past uiteraard niet in zijn toekomstplannen. Toch is Theo reëel. ‘Natuurlijk wil ik niet meer in de gevangenis belanden en daar ga ik ook echt mijn best voor doen. Maar ik kan niet garanderen dat het nooit meer gebeurt. Dat kan niemand. Niemand weet zeker dat hij nooit een domme keuze maakt die helemaal verkeerd uitpakt.’ Misschien is het daarom wel dat hij zich bij Gevangenenzorg geaccepteerd voelt, met de bagage die hij heeft. ‘Vanaf het eerste moment dat ik contact had met Gevangenenzorg, viel het me op dat ze niet veroordelend tegenover me staan. Dat is zo belangrijk.’ 

 

Christelijke opvoeding

Theo is christelijk opgevoed en heeft het geloof niet losgelaten. ‘Ik heb het er wel moeilijk mee gehad, met het christen zijn en geloven in de cel. Door de vragen die ik heb, zeker als ik er doorheen zit...’ Hij valt even stil. ‘Ik heb het er nog niet met Chantal over gehad, maar misschien komt dat wel.’ Door zijn detentie mist Theo zijn familie. Dat hij er niet bij kan zijn tijdens verjaardagen en de komende feestdagen, dat valt hem weleens zwaar.

 

'Echte steun is zeldzaam'

Juist in lastige momenten is Theo blij met Gevangenenzorg. ‘Echte steun is zeldzaam in de gevangenis’, zegt hij. ‘Mensen die vastzitten zijn best op zichzelf gericht, ieder heeft z’n eigen verhaal. En het personeel is aardig, maar kijk, ik zit op de twee-na-laatste cel. Dus de manier waarop ze tegen mij “goedemorgen” of “fijne avond” zeggen is net wat minder enthousiast dan bij de eerste. Ik snap het wel, het is hun werk. Maar het voelt toch minder persoonlijk.’ Theo denkt even na: ‘Weet je wat het is, Chantal sluit mijn deur niet. Dat maakt alles anders.’

Tekst: Ineke Kouwenberg



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief