Het roer om: 'Ik wil bij mijn kinderen zijn!'

Gepubliceerd op 26 oktober 2020 door Gevangenenzorg Nederland.

 

Opnieuw beginnen na detentie is vaak allesbehalve makkelijk. Enrico weet er alles van. Hij viel daardoor een paar keer terug in de criminaliteit. Tot hij er zelf genoeg van kreeg. Hij besloot te veranderen. En hij houdt vol. Uit liefde voor zijn kinderen en met de steun van vrijwilligster Rianne, die als een tweede moeder voor hem is.


Enrico koestert veel mooie herinneringen aan zijn jonge jaren samen met zijn moeder en zijn broers. Maar er ontbrak wel iets. “Mijn vader was er nooit voor ons. Hij was altijd bezig met zijn vrienden en met andere vrouwen”, vertelt Enrico. “Pas als hij van mijn moeder hoorde dat we iets fout hadden gedaan, kwam hij langs; niet om te praten, maar om te straffen.” Enrico wil daarom zo snel mogelijk het huis uit. Vlak na zijn achttiende verjaardag vertrekt hij, net als veel leeftijdsgenoten, vol verwachtingen van de Antillen naar Nederland.


Slechte dingen
Het leven in Nederland valt tegen. Enrico gaat wel naar school en maakt zijn opleiding af, maar het gaat niet goed. “Eigenlijk was ik als tiener al begonnen slechte dingen te doen en daar ging ik in Nederland mee door”, vertelt hij eerlijk. Enrico lijkt ermee weg te komen, maar uiteindelijk wordt hij gepakt. “Ik was 22, toen ik voor het eerst kwam vast te zitten. Daarna heb ik nog iets van vijf keer gezeten. Elke keer weer wat langer en de laatste keer een heel jaar.” De periodes in detentie doen niet veel met Enrico. Hij zit ze simpelweg uit. “Als ik binnen zat, schakelde ik een knop om. Ik deed natuurlijk wel iets. Sporten of een cursus. Ik heb ook wel certificaten behaald, maar eigenlijk wachtte ik gewoon tot ik weer naar buiten kon. En dan ging ik weer verder waar ik gebleven was.”


Zo gaat Enrico gevangenis uit, gevangenis in. In die tijd wordt hij vader. Eerst van een dochtertje en een paar jaar later van een zoontje. De relatie met de moeder van de kinderen houdt helaas geen stand. Zijn schuld, zegt Enrico achteraf. “Ik zie nu dat ik het patroon en het gedrag van mijn vader had overgenomen. Ik was er niet voor mijn kinderen en ook niet voor mijn vriendin. Daarom ging die relatie stuk.”

 

Echt veranderen
Heel langzaam begint Enrico toch genoeg te krijgen van zijn leven als draaideurcrimineel. “Elke keer dat je vrijkomt, moet je weer helemaal opnieuw beginnen. Het duurt steeds langer voordat je alles weer op orde hebt”, legt hij uit. “De laatste keer was ik het helemaal zat.”
Toch was niet die frustratie de belangrijkste reden voor Enrico’s ommekeer. Het waren zijn kinderen. Het ontroert hem nog altijd als hij erover vertelt. “Mijn ex-vriendin nam regelmatig de kinderen mee op bezoek in de gevangenis. Elke keer als het bezoekuur voorbij was, werd mijn zoontje verdrietig. Dat vond ik natuurlijk moeilijk, maar die ene keer was het zó erg, hij moest en zou bij mij blijven. Dat kon natuurlijk niet. Hij huilde zo hard en raakte helemaal overstuur. Verschrikkelijk.” Eenmaal terug op cel blijft Enrico erover piekeren. “Ik wist het: al dat verdriet was mijn schuld. Mijn zoontje was zeven jaar en ik had zoveel gemist van zijn leven. Zijn eerste stapjes, de kleuterschool… alles. Toen besloot ik: dit wil ik echt niet meer. Ik wil een vader zijn die erbij is als ze opgroeien. Ik ga echt veranderen.”

 

Kakelvers diploma

We zijn inmiddels ruim vier jaar verder en pas nu begint het leven van Enrico een beetje op orde te komen. Hij heeft een plek om te wonen, een kakelvers diploma én een stageplek. Daarvoor heeft hij heel veel moeten doorstaan. Maar dit keer viel hij niet terug. “Dankzij de kinderen”, zegt Enrico. “Voor hen houd ik vol. Ik wil dat ze een vader hebben die gewoon een baan heeft en die langs de lijn kan staan bij voetbal. Dat is zo belangrijk. Daarom heb ik toen ik vrijkwam mijn opleiding opgepakt en keihard geknokt. Voor alles. En nog steeds.” En het lukt hem. Mede dankzij de steun van de arbeidsadviseurs Rinus en Eline van Gevangenenzorg, die hem de laatste jaren hielpen met het kiezen van een passende opleiding, het opstellen van zijn CV en het vinden van een stageplek binnen de ICT.

 

Mattheus 25
Al eerder, nog tijdens zijn detentie, maakte Enrico kennis met een bezoekvrijwilliger van Gevangenenzorg. Hij vertelt hoe dat gegaan is. “Er waren privé dingen stukgelopen. Ik was boos en verdrietig en heb domme dingen gedaan, daardoor kon ik niet meer op proefverlof. Ik kreeg ook nauwelijks meer bezoek. Toen zag ik posters van Gevangenenzorg en heb ik gebeld. Al snel kwam Harry op bezoek, dat was fijn.” Als Enrico vrijkomt wil hij in de buurt van familie wonen, maar dat is ver van de woonplaats van zijn vrijwilliger. “Daarom kwam Rianne, zij woont hier in de buurt”, vertelt Enrico.

 

Rianne is moeder van drie jongvolwassenen. Ze werkt parttime bij een huisarts en was daarnaast altijd actief betrokken bij de kinderen. “Toen de jongste van school kwam, dacht ik: nu ga ik iets met gevangenen doen. Dat zat altijd al in mijn hart. Waarom? Dat weet ik eigenlijk niet. Misschien wel de tekst uit Mattheus 25: ‘Ik zat gevangen en je hebt Me bezocht’.” Zo komt ze bij Enrico. Al bij de eerste ontmoeting is Rianne geraakt door Enrico’s vastbeslotenheid. “Toen ik hem zag, wist ik het meteen: die gaat de goede weg op. Dat vond ik zo mooi aan Enrico. Het gaat met vallen en opstaan natuurlijk, maar hij blijft bij alles vastbesloten: het gaat lukken!”

 

'Ze helpt me echt'
Door de coronamaatregelen is het contact wat meer op afstand. Maar in het begin zagen ze elkaar om de week. “Enrico wilde me eigenlijk elke dag zien”, herinnert Rianne zich lachend, “dat kon natuurlijk niet. Ik heb ook andere bezigheden.” Ondanks dat ontstaat er een mooie band tussen Enrico en Rianne. “Wat we deden? Gewoon praten over hoe het ging. En altijd aan het eind vroeg Rianne of ze nog iets voor me kon betekenen. Echt elke keer! Terwijl ze al zoveel voor me heeft gedaan!”, zegt Enrico, zichtbaar ontroerd. “Ik zei dan: dat hoeft niet meer, want je hebt al zoveel gedaan. En dat is ook zo, ze helpt me echt op elke manier. Dat is zo mooi.”

 

Continu knokken en zuinig zijn
Rianne is bescheiden over wat ze allemaal doet voor Enrico. Ze is er en ze luistert. En ja, heel soms regelt ze iets praktisch. Dat is ook wel nodig, want een leven opbouwen na detentie is niet altijd makkelijk. Hoe gemotiveerd je ook bent, zo legt ze uit. “Je moet zoveel regelen in het begin. Je hebt geen geld, geen huis, geen werk. Dat moet je zelf regelen. Elke dag moet je weer nieuwe dingen doen, zijn er nieuwe tegenslagen. Je moet continu knokken en zuinig zijn.” En juist omdat Enrico zo hard knokt helpt Rianne hem graag. “Hij is zo bescheiden. Hij zal nooit misbruik maken van de situatie. Dat siert hem echt.”


Tweede moeder
Enrico is echt op de goede weg. Maar met zijn verleden komt hij nog wel eens voor uitdagingen te staan. “Dan ben ik wel eens bezorgd”, zegt Rianne. “Ik gun hem zo een goede toekomst. Maar ik ben ook trots op hem hoe hij het nu al doet.” Enrico knikt. “Ik ben ook trots op Rianne. Ze heeft me altijd zo gesteund. Mijn moeder woont niet in Nederland, maar Rianne is echt een tweede moeder voor mij. Mijn Nederlandse moeder. Dat voelt echt zo.”

Tekst: Ineke Kouwenberg

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.