Heb ik dan een monster gebaard?

Gepubliceerd op 20 juli 2015 door Gevangenenzorg Nederland.

 

Heb ik dan een monster gebaard?

Een waterig zonnetje schijnt boven Eindhoven. Hoewel de hectiek van het drukke stadsverkeer hier niet hoorbaar is, raast het verkeer nog steeds voorbij. In het leven van drie vrouwen razen de gebeurtenissen ook voorbij. Drie vrouwen waarvan het leven meer met elkaar verbonden is, dan zij zelf weten. Mariska en Julia kennen elkaar niet. Mirelle van 61 jaar, kent ze beiden.

De persoon op de foto heeft geen relatie met de inhoud van deze blog.

Mariska

Mariska kwam zo’n 4 jaar geleden in het leven van Mirelle. Op dat moment leidde Mariska, een rasechte Brabantse, een dubbelleven. Moeder en oma, maar ook moeder van een tbs-er zoals ze het zelf noemde. Een leven met haar zoon en haar eigen leven zonder hem. Als moeder stond ze er alleen voor. Na de scheiding met haar man werd ze op latere leeftijd single en moest in de nieuwe situatie alleen het hoofd zien te bieden aan moeilijke omstandigheden. Ondanks de grote steun van haar oudste dochter was haar leven voorgoed kapot. Er waren situaties waar Mariska maar moeizaam mee om kon gaan. Grote financiële schulden, haar eigen ziekte, weinig voor haar zoon kunnen betekenen en geen contact meer hebben met haar kleinkinderen.

Regelmatig had Mariska telefonisch contact met haar zoon. Tot 3 maanden voor haar dood heeft Mariska dat volgehouden. Contact met zijn moeder, was belangrijk voor hem. Zijn moeder was de enige relatie met de wereld buiten de bewaakte muren. Ondanks alles bleef zij haar moederrol op zich nemen. Ze kon haar zoon niet loslaten, zoals haar andere kinderen wel adviseerden. Dat was ook het  mooie aan hun relatie. Haar zoon wist dat ze het moeilijk had en zijn situatie voor anderen verzweeg. Daarom wees hij haar zelf op Gevangenenzorg Nederland. Een interkerkelijke vrijwilligersorganisatie die met tbs-patiënten, gevangenen en met familieleden van gevangenen wil optrekken. Naast hen gaat staan met een maatje die praktische en morele steun geeft.

De bezoekvrijwilligers van Gevangenenzorg gaan naast iemand staan zonder te oordelen  over de situaties waarin mensen verkeren. Het contact met bezoekvrijwilligster Mirelle van Gevangenenzorg Nederland is hierdoor laagdrempelig en ongedwongen. Mariska kan ronduit en vrij te praten over haar dubbelleven. “Mirelle is de enige met wie ik echt vrijuit kan spreken” zei Mariska altijd. Dat was dan ook het belangrijkste in hun onderlinge contact. “Ik heb ook altijd gezegd dat haar zoon in tbs-verpleging haar kind is van wie ze van mag blijven houden” vertelt Mirelle. “Wat een ander daar ook van zegt, al zijn het zijn eigen broers en zus”.

Overlijden
Een week voordat Mariska ging sterven had Mirelle nog telefonisch contact met haar. Een week later vroeg Mariska, enkele uren voor haar overlijden, aan Mirelle om langs te komen om afscheid te kunnen nemen. Na vier jaar stopte het contact die ochtend. Letterlijk. “Was heel bijzonder dat ze ook afscheid van mij wilde nemen”.

Die ochtend had Mirelle ook een korte ontmoeting met de zoon van Mariska. Hij had speciaal verlof uit de tbs-kliniek om afscheid te nemen. De ontmoeting met Mirelle kon hij zich later niet meer goed herinneren. Het was te emotioneel, te intensief om die ontmoeting terug te halen in zijn gedachten.

Julia

Haar kinderen waren 12 en 13 jaar oud toen Julia alleen kwam te staan. Ruim 30 jaar later is haar oudste zoon de 40 gepasseerd en heeft vaker in dan buiten de gevangenis gezeten. Recent is hij na 5 weken vrijheid weer opgepakt voor een aantal inbraken. Hij kreeg daarvoor 5 jaar. Op 13 jarige leeftijd raakte hij verslaafd.  Zijn hoofd is daardoor van binnen kapot. Met als gevolg ernstige hersenbeschadiging die zich vooral uit in karakter en gedrag. De consequenties zijn groot voor de rest van zijn leven.

Ook z’n jongere broer heeft hij jaren geleden meegenomen, het verkeerde pad op. Julia heeft toen haar zoons bij Bureau Jeugdzorg aangemeld. Een moeilijke tijd brak voor haar aan. Ze heeft nog steeds goed contact met de pleegouders van haar kinderen. Dat zegt iets over Julia. Vanuit haar moederliefde liet ze haar kinderen over aan pleegouders. Ze wilde haar kinderen loslaten voor hun eigen bestwil.

Julia is terughoudend in het vertellen aan anderen over haar leven. Haar tweede man en zijn kinderen weten wel van de situatie en ze ondersteunen Julia waar ze dat kunnen. Want Julia kan het van haar eigen kind niet verdragen dat hij weer opnieuw is ingesloten. Het enige voordeel is dat hij in de winters nu tenminste binnen zit, is haar mening. Haar kind binnenlaten in haar eigen huis is niet verstandig. Tussen schaamte en moederliefde is een groot contrast. Ook voor haar staat Mirelle al 3 jaar klaar als vrijwilliger van Gevangenenzorg Nederland.

Mirelle
“Wat ik bij beide vrouwen zie, is dat het onmogelijk is om afscheid te nemen van je kind. Wat ze ook gedaan hebben. Zelf ben ik ook moeder en oma. Mijn kinderen zijn zo oud als de kinderen van Mariska en Julia. Ik weet uit ervaring wat moederliefde is. Dat is een zegen. Maar wel een hele kwetsbare zegen. Dat heb ik overduidelijk gezien in het leven van Mariska en Julia. Bij de verkeerde daden van hun zoons is het trieste dat moeders en zonen het niet onder controle krijgen. Verslaving is niet te genezen. Dat kan alleen als iemand er bewust mee breekt. Julia zei eens tegen me over haar verslaafde en criminele zoon: ”Heb ik dan een monster gebaard? Maar mijn liefde is niet dood! Het lijkt me verschrikkelijk om deze vergelijking van je eigen kind te maken. Tegelijkertijd mocht ik er zijn voor Mariska, en mag ik er nog steeds zijn voor Julia.”

Ondanks alles wil ik deze kwetsbare moeders waardevrij aankijken, zonder oordeel over de situatie van hun gezin. Dat geeft ruimte om dingen op tafel te leggen die anders onmogelijk zijn. Zonder mijn geloof in Christus zou ik dat niet kunnen. Met Mariska kon ik daar niet over spreken. Ze wist dat ik naar de kerk ga. ”Ik bid voor je”, heb ik eens  gezegd. “Helpt dat wel”? Was haar botte vraag. “Dat vind ik moeilijk in dit werk.  Je kunt niet altijd met woorden iets vertellen. Mijn zichtbare daden zijn dan nog meer nodig. Met Julia kan ik hier wel open over spreken. Ik ben er niet om haar te bekeren, maar ik ben er wel om haar te laten zien waar mijn motivatie vandaan komt. Verder mag ik het overgeven in Gods handen”.

“Een leesbare brief zijn voor diepverwonde mensen betekent dat ik mezelf moet geven, voor minimaal 100%.  Het is heel wezenlijk en het belangrijkste werk dat ik doe. Hier draait het om in het leven.  Geen kwestie van je moet geven, maar je mag geven en toch ook ontvangen. Wederkerigheid. Met woorden of een simpel kopje koffie”.

Bookmark and Share

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief