'Dankzij Carola hoef ik mijn last niet alleen te dragen'

Gepubliceerd op 21 oktober 2019 door Gevangenenzorg Nederland.

Van de ene op de andere dag verdween Martin uit het gezin en sindsdien is het leven van Theresia en haar kinderen een aaneenschakeling van onzekerheden en van verdriet, maar ook van woede en schaamte. Theresia kan er met weinig mensen over praten. In haar zoektocht naar hulp vond ze Gevangenenzorg Nederland en nu krijgt ze bezoek van onze vrijwilligster Carola. ‘Ze luistert naar mijn verhaal en helpt me met de dingen om te gaan. Dankzij haar hoef ik die zware last niet alleen te dragen, dat is echt onwijs fijn.’

 

 ‘Het was een donderdag. Ik kwam net terug van m’n moeder en was een beetje zenuwachtig, want ik had ook nog een sollicitatiegesprek die middag. Toen ging de telefoon. “U spreekt met de politie. Bent u de partner van Martin? Hij zit op het bureau en komt voorlopig niet thuis.” “Wat is er gebeurd? Wat heeft hij gedaan?”, vroeg ik geschrokken. Maar dat mocht hij niet vertellen. Ik vroeg: “Heeft Martin met iemand ruzie gemaakt?” “Ja, dat kan je wel zeggen.” Meer kreeg ik niet te horen. De rechercheur beloofde dat ik aan het eind van de dag gebeld zou worden door een advocaat, die zou me precies vertellen wat er speelde.

Ik hing op. In paniek. Wat kon er gebeurd zijn? Martin is een lieve vent, maar hij stond de laatste tijd flink onder druk. Wat had hij gedaan? Hij had nooit iets met criminaliteit te maken gehad. Ik wist niet wat ik moest. Kon er niets mee. Dus ik ben maar naar dat sollicitatiegesprek gegaan. Vraag niet hoe het kan, maar ik was binnen tien minuten aangenomen. Toen ik thuiskwam was m’n zoon er. Ik zei niks. Wat moest ik vertellen?

 

Stoppen doorgeslagen

Ik had die dag avonddienst en ben maar gewoon gaan werken. Alsof er niets aan de hand was. Al kon ik natuurlijk aan niets anders denken. Om kwart voor acht ging mijn telefoon. Het was een advocaat. Eindelijk hoorde ik wat er die ochtend gebeurd was. Het ging om een geweldsdelict. Bij Martin waren de stoppen doorgeslagen; hij had zichzelf niet meer in de hand. Wat Martin had gedaan was verschrikkelijk.’

 

Weer plezier in huis

‘Ik heb een zoon en een dochter. Beiden zijn tegen de twintig. De scheiding van mijn ex-man was een moeilijke tijd voor ons alle drie. Maar sinds Martin vijf jaar geleden bij ons kwam wonen, was er weer zoveel gezelligheid, plezier en liefde in huis. Hij is als een vader voor de kinderen, ondernam ook veel met ze.
Natuurlijk wist ik wel dat Martin de laatste tijd, jaren misschien wel, onder druk stond. Ik maakte me er ook weleens zorgen om. Maar dat het zo mis kon gaan, nee, dat had ik nooit kunnen bedenken.

Martin zou minimaal veertien dagen vastzitten en de advocaat vroeg me om snel nog wat kleding naar het bureau te brengen. Ik ben naar huis gegaan, maar ik was zo van slag. Thuis zaten de kinderen nietsvermoedend op de bank. Ik zei: “Jongens, ik moet jullie iets vertellen over Martin. Er is iets heel ergs gebeurd.” M’n zoon viel stil, m’n dochter begon panisch te huilen. Ik probeerde haar wat te troosten, maar ik had haast. Ik moest een tas pakken.  Wat heb je nodig voor twee weken op het bureau? Ik propte zomaar wat in een weekendtas en m’n zoon pakte, heel lief, een toilettasje in.
Het was veel te veel. Eenmaal op het politiebureau kreeg ik een vuilniszak, wat daarin paste mocht blijven, de rest moest mee terug. Net als de oplader voor de telefoon die ik in m’n naïviteit had ingepakt. Wist ik veel? Ik ben nog nooit met justitie in aanraking geweest. Martin ook niet.

 

Niets verteld

De volgende dag was m’n broer jarig. Ik heb er niets verteld. Ik kon het niet, niet op een feest. Ik ben ook gewoon weer gaan werken. Wat moest ik anders? Dat weekend ben ik wel naar m’n moeder gegaan om het haar te vertellen. Ik zag er tegenop. Ze was altijd zo dol op Martin en nu moest ik vertellen dat hij vast zat. Maar ze pakte het goed op, ze was heel sterk en troostte ons ook.’

 

‘Ik voelde me zo verloren’

‘Martin werd al snel overgebracht naar de gevangenis. Het duurde twaalf dagen voordat ik hem weer zag. Ik had tot die dag nooit een gevangenis van binnen gezien; wist niets van detectiepoortjes, al die loketten en het eindeloze wachten tot iemand een deur voor je opent. Ik voelde me zo verloren. En ineens, door het glas achter de zoveelste wachtpost, zag ik hem staan. Zo raar. Dan is er zoiets heftigs gebeurd en al die tijd voel je je zo wanhopig en alleen. En dan zie je elkaar zo terug: met twee ruiten ertussen.
Toen ik eindelijk de bezoekruimte in mocht, kon ik alleen maar huilen. Maar je mag elkaar maar heel even een knuffel geven. Een snelle kus en dan moet je gaan zitten. Ik had zoveel verdriet en zoveel vragen en we hadden maar een uur.
We zijn inmiddels maanden verder, ik mag twee keer in de week een uur op bezoek bij Martin. En nog steeds zijn er wel honderd dingen die ik hem wil vragen. De situatie is te veel voor mij, te heftig.

De kinderen en ik missen Martin enorm. Van de ene op de andere dag verdween hij uit ons gezin en sindsdien is ons leven een aaneenschakeling van onzekerheden. We kregen al snel een aangetekende brief van de werkgever, dat het arbeidscontract per direct was ontbonden. We hadden nergens recht op. Hoe moest ik het nu redden? Martin en ik hebben er alles aan gedaan om vooruit te kunnen kijken, dingen op te bouwen. En ineens was alles weg.

 

'Ik wist me geen raad'
M’n hele wereld stond op z’n kop en ik wist me geen raad. Daarom ging ik op internet zoeken naar een soort draaiboek: wat je moet doen als je partner in detentie komt? Dat bestaat niet. Ik vond wel de website van Gevangenenzorg en heb een mail gestuurd: ik heb hulp nodig! Ik bedoelde eigenlijk praktische hulp, maar toen vrijwilligster Carola de eerste keer kwam, hebben we vooral heel lang gepraat. Het is een ingrijpend en best complex verhaal dat ik te vertellen heb, het was zo fijn hoe ze luisterde. En nog steeds.’

 

‘Eigenlijk is het geen leven’

‘Er zijn wel wat mensen die ervan weten. In de familie natuurlijk en dan nog twee vriendinnen en een enkele buurvrouw. Maar verder houd ik m’n wereld klein. Bewust. Ik woon in een dorp. Iedereen kent elkaar. Mensen kijken, ze kletsen en geloven wat ze horen. Ze kennen niet het hele verhaal. Ze kennen ons niet. Vorige week nog, ging mijn dochter in het dorp een boodschapje doen en hoorde ze twee dames tegen elkaar smoezen: “Kijk, dat is de dochter van die vent!”. Daar kan ik ons toch niet tegen verdedigen?  

Hiervoor had ik er nooit bij stilgestaan. Als je hoort dat iemand veroordeeld wordt, dan denk je toch niet aan de mensen die hij achterlaat? Hoe die er alleen voor komen te staan? Hoe ze het moeten gaan redden? En ineens ging het over ons. Inmiddels zijn we maanden verder. Aan de buitenkant lijkt het alsof alles weer z’n gangetje gaat. Ik werk, ik leer, ik zorg voor m’n kinderen. Maar het is eigenlijk geen leven.
Daarom ben ik zo blij met Gevangenenzorg. Familie en vrienden hebben ieder ook hun eigen leven. Dat gaat ook door. En je wilt ook niet steeds over jezelf beginnen. Maar Carola komt elke drie weken, speciaal voor mij. Om naar mijn verhaal te luisteren en me te helpen om met dingen om te gaan. Dankzij haar hoef ik die zware last niet alleen te dragen, dat is echt onwijs fijn. Ik weet niet hoe het verder gaat, de toekomst is zo onzeker: red ik het in mijn eentje, vindt Martin ooit nog werk als hij vrijkomt? Ik hoop echt dat Carola met me mee blijft lopen.”

 

Tekst : Ineke Kouwenberg

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief