Column: Spreekwoord

Gepubliceerd op 12 juni 2018 door Gevangenenzorg Nederland.

 

Spreekwoord

 

Ik denk dat er een grote kans is dat het bekende spreekwoord ‘dat is dweilen met de kraan open’ in uw gedachte kwam toen u eerder het verhaal las over Mano. Spreekwoorden zeggen vaak veel meer dan een ‘hele preek’. Ik bedoel, je kunt tegen iemand een heel verhaal ophouden, maar een goede uitdrukking is soms veelzeggender. Dweilen met de kraan open, dat zeg je pas als er geen beginnen aan is. Veel bekende spreekwoorden komen uit de Bijbel. Het is best interessant om er eens een paar de revue te laten passeren met betrekking tot het verhaal van Mano in deze nieuwsbrief.

 

Het overlijden van zijn moeder doet hem de schellen van de ogen vallen (Handelingen 9:18). Ineens dringt het besef door wat zijn moeder wilde. Mano stak de hand in eigen boezem (Exodus 4:6). Ik geloof dat dit een van de belangrijkste dingen is om het oude leven met wortel en tak uit te roeien (Maleachi 3:19). Maar een raad of gebeurtenis moet dan wel in goede aarde vallen (Mattheüs 13:8). Dat maakt ons werk best wel eens lastig. Want ja, wanneer gooi je parels voor de zwijnen (Mattheüs 7:6.) en kun je beter maar je mond houden en gewoon over koetjes en kalfjes praten? Als goedwillende hulpverlener moet je dan uitkijken dat de bezoeken niet een doorn in het oog (Numeri 33:55) gaan worden met de nodige irritatie. Daarom hebben we in onze  werkwijze wat veiligheidskleppen ingebouwd. Onze vrijwilligers rapporteren naar de maatschappelijk werkers op ons kantoor. Zo zoeken we wegen om met de talenten te woekeren (Mattheüs 25:16,27) en te voorkomen dat de gevangene – of in het ergste geval – ook de vrijwilliger naar de Filistijnen gaat (Richteren 13:1). De levensgeschiedenis van een gevangene kan soms op je afkomen. De moed kan je dan in de schoenen zinken zodat je bijna bij de pakken neer zou gaan zitten (Genesis 49:14). Maar het is juist de bedoeling dat we de moed niet opgeven. Niet zozeer omdat je weet dat er toch niets nieuws onder de zon is (Prediker 1:9), maar vanwege het geloof in herstel.

 

Ik las pas bij de Engelse schrijver C.S. Lewis dat hij het lijden – en gevangen zitten ís dat, ondanks alle schuld – ziet als Gods megafoon. God fluistert als het de mens goed gaat, Hij roept als ze lijden, zegt hij, opdat ze niet langer op twee gedachten zullen hinken (1 Koningen 18:21) maar hun levensoriëntatie buiten zichzelf zoeken, in Jezus Christus. Mano mag zijn vriend dankbaar zijn. Dat is de routeplanner naar het land van melk en honing (Exodus 3:8). Deze laatste uitdrukking heb ik ontdekt toen ik in Libanon was. Niet alles zag er even vruchtbaar uit. In een bijbelgesprek over Exodus kwam deze tekst ter sprake. Voor mij is dat hét beeld geworden waar goede gevangenenzorg voor staat: niet zozeer voorkómen dat iemand niet meer doet wat het daglicht niet kan verdragen (Johannes 3:20) of dat je zondigt tegen de regel ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’ (Mattheüs 7:12). Maar dé grote levensvraag gaat over het dienen van twee heren (Mattheüs 6:24): of jezelf of God, aldus Lewis. Je bent gelukkig af als daar geen Babylonische spraakverwarring over is (Genesis 11:7-9). Als ik het artikel goed lees, dan is Mano in ieder geval goed af met Erik: beter een goede buur (vrijwilliger) dan een verre vriend (Spreuken 27:10). Het is aan Mano om te laten zien dat niet alle spreekwoorden of gezegden waar zijn: ‘Eens een dief is niet altijd een dief’. En tot slot, een leven dat zich omkeert ten goede, houdt op een spreekwoord te zijn (Deuteronomium 28:37).

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief