Column: Kind (van de rekening)

Gepubliceerd op 31 augustus 2020 door Gevangenenzorg Nederland.

 

“Ik sliep nog liever in de schuur dan in m’n bed”. Martin, een veertiger. Het moet zo’n twintig jaar geleden zijn dat ik hem voor het eerst bezocht in de gevangenis. Hij was een taaie, verhard door een criminele vader en opvanghuizen waar hij zich een nummer voelde. Hij had talent voor gave tekeningen. Maar het inkleuren van zijn eigen leven ging helaas vaak buiten de randjes. Op z’n zesde begon hij al met diefstalletjes. “Mijn kinderen mogen in ieder geval niets tekort komen”, nam hij zich voor. “Maar ze kwamen alles tekort! Want ik draaide de bak in omdat ik een kinderkamer stal.” Ook het huwelijk liep op de klippen. En of dat allemaal nog niet genoeg was: z’n eigen zoon kende de gevangenis inmiddels ook van binnen. Zo werd hij het kind van de rekening.

 

Verontwaardiging en bekommering

Ik denk dat iedereen tenminste twee dingen aanvoelt: verontwaardiging naar de volwassene (waarom laat je het zover komen?!) en bekommering om het kind (jouw gemis en verdriet trek ik me aan). Maar ja, verontwaardiging en bekommering staan ook weer niet als zwart en wit tegenover elkaar. Om het in kleurtaal te zeggen: meer als zwart en groen. Zwart staat voor zonde, iets dat fout is. Je nam je verantwoordelijkheid niet. Punt. Groen staat voor herstel, vernieuwing en hoop. Dat gaat over leven en groei. En groen is de kleur die ons werk doortrekt: we geloven in herstel, zo zelfs dat zwart groen kan worden.

 

Verontruste ouders
In de afgelopen coronaperiode is ons kantoor open gebleven voor gevangenen, tbs-patiënten en hun familie. We kregen de nodige pijn van ouders te horen vanwege het feit dat de gevangenis voor iedereen op slot ging. Geen bezoek. De gevangenissen en tbs-klinieken trokken alles uit de kast om tegemoet te kunnen komen aan het basale recht van patiënten en gevangenen om contact te kunnen houden met het thuisfront. Skypen werd razend populair. Maar u moet natuurlijk niet denken dat elke cel ineens verrijkt werd met een tablet. Dus, het was op je beurt wachten, kwartiertje skypen en dan de volgende. En ja, er ging wel eens wat mis, een slechte verbinding bijvoorbeeld.


Op een gegeven moment kregen we in een week tijd drie verontruste ouders aan de lijn. We signaleerden machteloosheid en radeloosheid bij de moeders. Een kind vroeg bijvoorbeeld “of papa overleden was”, want hij hoorde niets meer… Om een lang verhaal kort te maken: we zochten contact met het Expertisecentrum KIND en zo lag er eind juni in de Tweede Kamer een brief op tafel van hen en ons en Bonjo en Exodus om aandacht te vragen voor het contact tussen de ouder in detentie en het kind thuis. Minister Dekker gaf groen licht voor een pilot. Die verliep goed en vanaf 10 augustus kunnen alle gevangenissen weer ouder-kindactiviteiten organiseren.

 

Ouder-kindrelatie als beschermende factor

We zijn uiteraard heel blij met deze ontwikkeling. Onderzoek toont aan dat langdurige onthouding van fysiek contact tussen ouder en kind, negatieve gevolgen heeft voor de ontwikkeling van kinderen. Daarnaast blijkt ook dat behoud van de ouder-kindrelatie tijdens de detentie een belangrijke beschermende factor is voor zowel het kind als de gevangene. Misschien mag ik met een knipoog zeggen: een groene factor. Ze beschermen tegen verkleuring naar een zwart leven. Maar veel mooier is om groei en herstel te zien!
Dat gaat niet vanzelf. Het onkruid moet eruit, en wortels moeten de diepte in, voor groei én om ruggengraat te hebben als het gaat stormen in het leven. En de kinderen? Die omarmen we, net als Jezus deed (Marcus 16), en daar zoeken we met Gods zegen het goede voor.


Hans Barendrecht
directeur bestuurder

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.