Column: Gezegend

Gepubliceerd op 7 maart 2018 door Gevangenenzorg Nederland.


In het gesprek met Jozef – onze gevangene in het verhaal op de voorpagina van deze nieuwsbrief – valt twee keer het woord gezegend. Het houdt verband met God en zijn familie. Jozef is christelijk opgevoed en slaat als verloren zoon een doodlopende weg in. ‘Hij is altijd bij mij geweest en heeft me behoed’ zegt Jozef terugkijkend. Dat is nogal wat. Want er ging nogal wat mis. Zijn misdaden werden steeds ernstiger. Kennelijk bedoelt hij dat het allemaal nog veel erger had kunnen aflopen. En dat, dat niet gebeurt is, mag inderdaad wel een zegen genoemd worden, voor hem maar vooral ook voor (mogelijke) slachtoffers. Mede door onze SOS Cursus is hij tot inkeer gekomen. Ineens beseft hij dat slachtoffers mensen met gevoel zijn en dat het helemaal niet vanzelf is dat zijn moeder en familie nog steeds klaar staan voor hem. Ook dat is een zegen. Liefde zoekt zichzelf niet, maar staat klaar voor de ander. Een zegen als je dat ontvangt.

‘Ontvang Gods zegen om anderen tot een zegen te zijn’ zeggen dominees wel eens als ze aan het einde van de kerkdienst de zegenbede uitspreken. Een zegen ontvangen is één, deze uitdelen is toch weer net wat anders. Je kunt je afvragen hoe dat dan concreet eruit ziet. Of dat het iets heel bijzonders moet zijn. Van een goede vriend die het kan weten, begreep ik dat zegen vanuit het Hebreeuws betekent dat iets van Gods kracht op jou neerdaalt. En vanuit het Grieks betekent zegenen: ‘goed spreken’ van iemand.

Onwillekeurig moet ik aan die andere Jozef denken. Hij deed géén kwaad, maar werd het slachtoffer van jaloerse broers. Hij werd als slaaf verkocht naar Egypte. De overeenkomst met ‘onze’ Jozef is dat ook deze Jozef in de gevangenis kwam. U kent de geschiedenis. Het was volkomen onterecht. Tussen haakjes: over zegen gesproken. We mogen het toch wel een zegen noemen dat we een rechtssysteem hebben met spelregels van wikken en wegen op zoek naar de waarheid. Uiteindelijk komt hij wonderbaarlijk vrij en benoemt de Faro hem zelfs tot onderkoning. Wie weet heeft ‘het publiek’ wel gedacht: van crimineel tot koning. Maar waar het mij om gaat is dit: het kromme in het levenslot kan uitmonden in een zegen. Want vader Jakob en zijn zonen dreigen om te komen vanwege de hongersnood in Israël. Maar Jozef heeft schuren vol graan. Als zijn kopende broers hem herkennen schrikken zij zich wild: nu krijgen wij onze verdiende straf. Maar Jozef buigt de dreigende vloek om in een zegen en zegt: Wees niet bevreesd, want sta ik soms  op de plaats van God? Jullie weliswaar, jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals het op deze dag is: een groot volk in leven te houden. Nu dan, wees niet bevreesd. Ikzelf zal jullie en jullie kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen en sprak hij naar hun hart.

Sommige dingen begrijp je pas later. Dat zegt Jezus tegen Petrus als Hij hem voeten wast. Het is  slavenwerk, maar laat Mij jou nu dienen. Later begrijp je waartoe. Wat een zegen als mensen gevangenen stap voor stap verder mogen helpen. Ik lees er drie bij ‘onze’ Jozef, namelijk een maatschappelijk werker, een bajespastor en ‘onze’ Annemieke. Wie weet komt Jozef ‘eindelijk Thuis’, dan is de zegen compleet.

 Hans Barendrecht
directeur bestuurder

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief