Column: Code rood

Gepubliceerd op 1 maart 2021 door Gevangenenzorg Nederland.

 

Op het moment dat ik deze column schrijf is Nederland wit. Het werd aangekondigd met code rood. Er viel de nodige sneeuw, die eerste zondag in februari. Prachtig. Een paar dagen later brak de zon door en zag de wereld er nog witter uit. Schitterend. Wit. Het symboliseert reinheid en onschuld.

 

Avondklokrellen

De werkelijkheid is intussen anders. Als deze column wordt gepubliceerd,  zitten we met elkaar een jaar lang in het coronaregime. En het valt ons allemaal zwaar. Geen hand, geen zoen, geen gezang in de kerk en vul maar aan. We moeten nog even volhouden. Stel dat je jezelf verliest? De beelden van de avondklokrellen staan ons nog scherp op het netvlies. De mens die zijn geest niet meer in bedwang heeft, is als een open gebroken stad zonder muur, zou Salomo zeggen. Respect voor gezag en andermans eigendom zat ingevroren in een ijskoud geweten.

 

'Denk eens goed na over jezelf'

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam sprak een dag later heldere taal, in een poging het geweten te ontdooien. “… voelt het goed wakker te worden met een tas gestolen spullen naast je … jouw stad … intussen help je je eigen stad naar de Filistijnen …. wat zegt je geweten eigenlijk, enneh ouders, ja, u bent er ook nog, heeft u gisteren uw zoon gemist? Heeft u hem ook gebeld en gezegd : joh, kom thuis, het is negen uur geweest… of heeft u die spulletjes uiteindelijk wel gezien, maar dacht u: ach, nou ja, het is normaal dat het zo gaat…(en dan weer tot de daders:) je zit nu vast hé! 60 aanhoudingen … wat betekent dat straks? Strafblad, geen VOG, geen baan. Is dat de moeite waard? Denk eens goed na over jezelf.”

 

Verantwoordelijkheid

Ik dacht aan onze SOS Cursus. In de afgelopen 15 jaar hebben we met duizenden gevangenen gesproken over juist dát thema: je verantwoordelijkheid. Criminaliteit overkomt je niet, maar daar kies je voor. Je bent erop aanspreekbaar. En wat is het mooi en hoopgevend als in de SOS bijeenkomsten een gesprek daarover echt openbloeit. Spreken mét een dader is altijd nog moeilijker dan spreken over een dader. Ik geniet met bewondering van onze vrijwilligers die daar de moed voor opbrengen. Met trouw, geduld en fijnzinnigheid gaan ze de dialoog aan om de uitgegleden medemens weer op de been te helpen.

 

'Kijk uit! Dun ijs, niet betreden!'

Ik hoop dat in onze samenleving die nuance van daad en dader en geloof in herstel niet ondergesneeuwd raakt in het sentiment van de dag. Als politici over elkaar struikelen om de kwalificatie ‘tuig’ en aanverwante artikelen over de toonbank te gooien, dan kriebelt het bij mij om de rode vlag te hijsen. Kijk uit! Dun ijs, niet betreden! Met zware emotie zak je door het ijs en kun je zomaar verdrinken in het zwaarste strafgeschut. Zeker, er moet gestraft worden, maar hoe?! Is een straf uiteindelijk niet bedoeld om iemand te behouden? En daar zit nu juist mijn verlegenheid. Ons strafsysteem krijgt dat niet voor elkaar. Maar hoe dan wel? Ik heb geen pasklare oplossing. Waar ik wel heilig van overtuigd ben, is dat het kwade door het goede overwonnen kan worden. Eén van die goede dingen is om óók de dader als mens te blijven zien. Op het slagveld van de rellen valt dat niet mee en moet stevig opgetreden worden. Ik maak dan ook een diepe buiging voor de politiemensen die in de frontlinie de orde herstelden. Maar hoe gaan we daarna verder?

 

Veertig dagen tijd

Ook kerkelijk zitten we nu in code rood: de veertig dagen tijd. De overdenking van het brute geweld tegen Jezus en Zijn kruisdood. Zijn leven was een offer. Het resultaat een blanco strafblad en een VOG, een Verklaring Om te Getuigen. En daarom doen wij wat Hij leerde: gevangenen bezoeken. Dat is geloof in herstel.

Hans Barendrecht
directeur bestuurder


Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.