‘Als er niemand naar je omziet, word je sneller een delict in gedreven’

Gepubliceerd op 2 april 2019 door Gevangenenzorg Nederland.

 

Bezoekvrijwilliger Alice is een bewogen en trouw mens. Ze vindt het geen opgaaf om nu al 10 jaar regelmatig contact te houden met tbs’er Peter, ook al krijgt ze er ogenschijnlijk niet veel voor terug. Die acceptatie en trouw zijn erg belangrijk voor tbs-patiënten.  Louise Brandsma en Diana Popken weten dat als geen ander. Beiden zijn als maatschappelijk werker verbonden aan de Oostvaarderskliniek, een forensisch psychiatrisch centrum in Almere. Het ontbreekt tbs-patiënten vaak aan een sociaal netwerk, maar toch moeten ze leren op een gezonde manier contact te maken met andere mensen.  Juist daarom zijn ze in de Oostvaarderskliniek zo blij met de vrijwilligers van Gevangenenzorg Nederland.

 

Peter verstuurde eens 10 kerstkaarten. Negen daarvan kwamen de tbs-kliniek niet uit, ze waren gericht aan zijn medepatiënten en een handjevol personeelsleden. Alleen de laatste kaart kreeg een postzegel. Die ging naar bezoekvrijwilliger Alice. Verder kende hij niemand om een kaart aan te sturen.

 

Vrij eenzaam

Peter is geen uitzondering. Heel veel patiënten in de tbs-kliniek moeten het zonder sociaal netwerk doen. Ze hebben niet of nauwelijks contact met hun familie, vrienden of oud-collega’s. Dat viel maatschappelijk werker Diana op toen ze na een gewone gevangenis in de tbs-kliniek kwam te werken. Veel tbs-patiënten zijn eenzaam. Ze kan dat wel verklaren. ‘Als mensen bij ons in de kliniek worden opgenomen, hebben ze vaak al een hele geschiedenis van hulpverlening, periodes van opname, detenties en andere ellende achter de rug’, zegt ze. ‘Het contact met hun netwerk is dus vaak allang verbroken. Omdat het al stuk was of omdat familie en vrienden er op een gegeven moment klaar mee waren. Veel van onze mensen hebben alleen contact met andere patiënten en het personeel. Dat is hun hele sociale netwerk. Ja, dan ben je dus vrij eenzaam.’

 

 Onbekende wereld

In de Oostvaarderskliniek wonen zo’n 100 patiënten die onder behandeling zijn. Daarnaast zijn er circa 60 mensen die zelfstandig of in een minder beveiligde instelling wonen en nog onder verantwoordelijkheid van de Oostvaarderskliniek vallen. Louise Brandsma werkt er al jaren als maatschappelijk werker en is als aandachtsfunctionaris verantwoordelijk voor de coördinatie van de vrijwilligers die in de kliniek komen.

De tbs-kliniek is voor veel mensen een onbekende wereld. Een beetje eng ook. ‘Dat snap ik’, zegt Louise. 'Bij ons wonen mensen van wie objectief is vastgesteld dat ze op het moment dat ze het delict pleegden verminderd of geheel niet toerekeningsvatbaar waren. Dat zijn stuk voor stuk zware zaken, zoals zedendelicten, roofovervallen, delicten met ernstige vormen van geweld, moord, doodslag, brandstichting.’

 

Heftige doelgroep

Tbs-patiënten vormen een heftige doelgroep, waarvoor lang niet iedereen begrip kan opbrengen. Dat merkt Alice ook als ze over haar werk als bezoekvrijwilliger vertelt. ‘Ik hoor weleens: laat die gasten toch zitten! Dat klinkt logisch, maar dit zijn ook mensen. En vaak zo alleen. Dan denk ik: stel je voor dat je niemand kent die bij jou hoort. Dat je alleen maar vreemden om je heen hebt.’ Als bezoekvrijwilligster heeft ze al een jaar of 10 contact met Peter. De eerste jaren zocht ze hem trouw op in de Oostvaarderskliniek. Louise lacht bij de herinnering. ‘Toen medepatiënten zagen dat jij Peter begon te bezoeken, regende het ineens aanvragen voor een bezoekvrijwilliger. En dan wilden ze bij voorkeur een vrouw. En christelijk. Waarom die toevoeging?  Nou, ze wilden allemaal Alice op bezoek.’ Louise snapt het ook wel. ‘Zo’n dame die op bezoek komt, dat geeft ook wel een beetje status. En daarbij: Het is gewoon fijn voor onze mensen dat ze ook eens bezoek krijgen en dat ze een kopje koffie voor iemand kunnen zetten. Dan voel je je weer even mens. Want menszijn betekent ook dat je kunt geven aan een ander. Hoe klein het gebaar ook is.’

 

Uitgekotst 

‘Juist voor onze patiënten is het goed dat een gewoon iemand van buiten de kliniek belangstelling toont’, legt Louise uit. ‘Er zijn er veel die bij wijze van spreken uitgekotst worden door de maatschappij. Dat is begrijpelijk, want al komt het door een stoornis, ze plegen ernstige delicten die een enorme impact hebben op het leven van anderen. Als er dan, ondanks dat, iemand is die je wel ziet staan, iemand die speciaal voor jou komt en naar je luistert zonder dat alles wat je zegt meteen gerapporteerd wordt, dan is dat is ongelooflijk belangrijk.’ Daar komt bij dat het doel van een tbs-behandeling is dat mensen gaan resocialiseren, dat je terugkeert in de maatschappij. ‘Een patiënt moet leren om op een gezonde manier contact te maken met andere mensen. Dat kunnen ze oefenen in het contact met de vrijwilliger. En als ze eenmaal even naar buiten mogen, is er niet altijd personeel beschikbaar om met iemand koffie te gaan drinken. Het is fijn dat er dan een vertrouwde vrijwilliger is om samen die nieuwe prikkels aan te gaan.’

Alice herinnert zich het moment nog goed dat ze voor het eerst met Peter op pad kon. ‘Hij straalde, vond het machtig mooi dat hij met een gewoon mens, met een vrouw zelfs, koffie kon gaan drinken bij de HEMA. Fantastisch hoe hij daarvan genoot.’

 

Eenzijdig contact 

Peter woont inmiddels buiten de kliniek en heeft een baan. Hij heeft wat contact met een van zijn collega’s. Maar niemand in zijn nieuwe omgeving kent zijn geschiedenis. ‘Ik snap wel dat hij het niet vertelt’, zegt Alice. ‘Als mensen zijn verhaal horen geeft dat commotie. Maar het gevolg is dat hij nog steeds maar één iemand in z’n netwerk heeft met wie hij open kan praten. Dat ben ik. Dat is zo eenzaam.’ Ze belt hem daarom trouw elke drie weken op om te horen hoe het met hem gaat. 

Het contact is best eenzijdig, vertelt Alice, altijd al. ‘Peter heeft eigenlijk geen belangstelling voor mij. Hij zal nooit vragen hoe het me is. Mijn dochter is in september getrouwd, dus ik vertelde hem dat ik een bruiloft had. Hij vroeg er niets over. Niet wie er getrouwd was en of het leuk was, helemaal niks. Ik weet dat inmiddels, dus ik verwacht niet dat hij doorvraagt. Dat hoeft ook niet. Ik doe het voor hem. Niet voor mezelf.’

 

'Ik ga voor barmhartigheid'

 De Oostvaarderskliniek is blij met het bezoek van vrijwilligers. Dat wil Louise nog eens expliciet zeggen.  ‘Ik ben heel erg blij met de samenwerking. Eén van de meest bijzondere dingen van de vrijwilligers van Gevangenenzorg Nederland is de enorme trouw en acceptatie die ze naar onze patiënten hebben. Dat hebben ze zo nodig.’

‘Dat zie ik ook’, zegt Alice. ‘Tbs-patiënten als Peter zijn vaak zo eenzaam. Als er dan niemand naar je omziet, word je alleen maar sneller een delict in gedreven. Maar dat is voor mij niet het belangrijkste. Een tbs’er is ook een mens, daarom ga ik op bezoek. Gevangenenzorg voor staat barmhartige gerechtigheid. Justitie zorgt voor de gerechtigheid en dat is absoluut nodig. En ik, ik ga voor de barmhartigheid.’

 Tekst: Ineke Kouwenberg

 

 

 

Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief