“Wie wordt er nou geboren met de droom om crimineel te worden?!”

Gepubliceerd op 22 april 2014 door Gevangenenzorg Nederland.

Eind 2005 ging een bijzonder experiment van start: zes gevangenen op één cel, weinig personeel en veel elektronica. Gevangenenzorg Nederland werd gevraagd om in het vormingsprogramma via de SOS-cursus met gevangenen in gesprek te gaan over het nemen van verantwoordelijkheid. Nu, bijna 10 jaar later, hebben vele duizenden gevangenen de SOS-cursus gedaan. Een mooi moment om ervaringen te horen. De schijnwerpers staan ditmaal gericht op een drietal vrijwilligers. We spraken met Rola, vrijwilligster van het eerste uur, met Ad die tweeëneenhalf jaar later aanschoof. Gerrit doet het sinds een half jaar. Eén ding hebben ze gemeen: ze worden geraakt door de gesprekken en geloven in herstel.

 „De middelste groep vond ik wel heftig, hoor”, verzucht Rola. Ze hebben net de laatste ochtendsessies achter de rug. Elke zaterdag zijn er vijf sessies. Drie voor en twee na de middag. Per sessie kunnen maximaal vijftien gevangenen aanschuiven. Ze kunnen er ook voor kiezen om in de royale gesprekszaal achter een pc te kruipen. De praktijk is dat meer dan negentig procent ‘gewoon meedoet’. „Nou ja, gewoon meedoen? Dat valt soms echt niet mee, hoor”, geeft Ad toe. „Soms komen ze heel duidelijk met veel negativiteit binnen. Dan heb je heel wat stuurmanskunst nodig om het schip op koers te krijgen”. „Ja”, knikt Gerrit, „dan zetten ze bijvoorbeeld expres verkeerde namen op de stickers. Maar als ze dan op een gegeven moment toch gaan deelnemen aan het gesprek, dan weet je dat je beet hebt”. Hij glundert. Rola herkent de situatie: „Dat zag je vanmorgen ook weer zó goed, hè! Die tweede groep bleef lang in de weerstand. Je kon heel duidelijk merken dat ze zoiets hadden van: ‘wat hebben wij hier nu aan, we weten heus wel van wanten hoor, daar hebben we jullie écht niet voor nodig’. Echt zo’n houding van: ‘laat me met rust’. Maar ondanks die negatieve houding…” – Rola kijkt rond, zoekend naar bevestiging – „…vind ik het gewoon super om hier weer te zijn!”

Contact
„Ik kan me daar alles bij voorstellen”, zegt Gerrit instemmend. „Ik doe het nog maar een half jaar, maar ik vind het heel mooi werk. Op zaterdagmorgen rijd ik met plezier om zeven uur van huis, om hier op tijd te zijn. Ik bereid me altijd goed voor. Maar intussen ben ik er wel achter dat geen enkele sessie loopt zoals gepland”. „Dat is precies wat ik ook ervaar”, herkent Rola. „Maar wat ik dan zo kostbaar vind, zijn die momenten dat er echt contact is. Zo herinner ik me een stoere man met de nodige tattoos op zijn armen. Hij ging naast mij zitten en zei dat hij hier kwam om ‘niets te doen’. „Oké”, dacht ik, „toch fijn dat je er bent”. Maar gaandeweg de sessie begon hij mee te praten. Hij vertelde dat hij van de drank af wilde en dat het maar niet lukte. De coke wel. Daar had hij geen trek meer in. Maar de alcohol bleef maar trekken, ook nu hij binnen zat. ‘Mooi dat jullie als christenen bidden, dat doet m’n moeder ook’, zei hij. Twee weken later zag ik hem weer. Hij kwam enthousiast naar me toe: ‘Het helpt echt, hoor, bidden’. Ik was het eerlijk gezegd al vergeten, maar het is toch wel mooi als je ziet dat mensen echt met hun problemen bezig zijn en jou een klein inkijkje gunnen”.

Schrijnend
„Dat is mooi gezegd”, waardeert Gerrit. „Kennelijk dring je af en toe echt tot de ziel van een mens door, ook al hoeft dat helemaal niet tot een oplossing te leiden. Op mijn netvlies staat een man van 30. ‘Normaal gesproken zit ik samen met mijn vrouw in de bajes’, zei hij. Toen ze een kind kregen, werd het zeven uur later al uit huis gehaald door de kinderbescherming. Hun huis zal vol ratten, reptielen en slangen. Hij zat vol wrok.  Hij wilde maar één ding: het kind terug. Op zo’n moment is het wel even zoeken naar woorden. Wat moet je zeggen tegen iemand die zozeer met z’n eigen belang bezig is en kennelijk helemaal geen oog heeft voor het kind? Ik heb dat ook zorgvuldig onder woorden gebracht. ‘Gaat het er nu alleen om om jouw manier van leven te behouden, of gaat het je echt om het kínd?! Ik vond het mooi dat hij hier toch aanspreekbaar op was. Maar daarna heb ik écht wel even dat uurtje nodig om naar huis te rijden om het te verwerken. ‘Here God, help hem’, bid ik dan achter mijn stuur”. Ad herkent het gevoel van verbijstering en machteloosheid. „Er zat een keer een jongen van 23 jaar bij ons in de groep. Hij wilde de beste crimineel worden. ‘Hoezo?’, vroeg ik. Hij vertelde dat zijn ouders bij een auto-ongeluk om het leven gekomen waren. Hij was toen twee jaar oud en overleefde het ongeluk. Hij had diverse opvanghuizen achter de rug, maar miste liefde en een familie. Hij was een nummer. Hij was zwaar teleurgesteld in het leven. Elke keer als hij vastzit, denkt hij: ‘De volgende keer moet ik het beter doen’. Dat hij alleen op deze manier het leven kan zien en dan zo jong, dat grijpt me best wel aan”, aldus Ad. „Maar het mooie is dan wel, dat de groep flink tegengas geeft. Als ze elkaar een lesje leren, dat vind ik het mooiste wat er is”. Ad wrijft in zijn handen. ‘‘Ja zeg, wie wordt er nu geboren met een droom om crimineel te worden?!”

Liefde
„Dat het wat met je doet, daar ben ik ook wel achter gekomen”, bekent Rola. „Toen ik begon met dit werk stonden ‘criminelen’ toch best ver van mijn belevingswereld. Ik had eigenlijk gewoon een zwart-wit beeld, zo van: eigen schuld, dikke bult. Ik had echt nul komma nul benul van wat ik zou kunnen verwachten. Aan de andere kant vond ik het ook best wel spannend en ‘stoer’. Op de een of andere manier liet het me niet los. Want ik heb toch wat met mensen. Ik kom uit de verzorging, maar ik wilde gewoon iets doen uit liefde voor de medemens. Niet als beroep, maar als mens. Het mooiste compliment wat ik in de afgelopen vijf jaar gehad heb, is dat een gevangene tegen me zei: ‘Ik zie liefde in uw ogen’. Dat raakte me! Ik zit niet op complimentjes te wachten, daar ben ik nuchter genoeg voor. Of die ene jongen vanmorgen”, Rola kijkt naar haar collega’s. „‘Ik neem m’n petje af voor jullie’ en hij deed dat letterlijk want hij droeg een petje”. „Ja, dat zijn inderdaad leuke momenten”, vervolgt Gerrit, „je merkt dan dat je opbouwend bezig bent, dat het gesprek inhoud heeft en dat er in de groep menselijke waarden als respect komen bovendrijven. Daar kun je dan op voortborduren, zeker bij zo’n thema als vanmorgen. Dat was ‘sorry zeggen, sorry doen’. ‘Dat vind ik een stom thema’, zei iemand. ‘Excuus aanbieden is iets voor slappelingen. Als ze mij slaan, dan sla ik toch terug, of zou jij dat niet doen?’ ‘Nee’, zei ik, ‘ik zou inderdaad niet terugslaan. Je kunt je probleem ook anders oplossen dan door geweld met geweld te beantwoorden’. Dan zie je ze nadenken”, aldus Gerrit.

Geloof in herstel
Wat is nu het resultaat van al die gesprekken? Levert het wel wat op? „Nou, dat weten wij natuurlijk niet”, zegt Gerrit. „Ik zou graag nog eens iemand tegenkomen die zou zeggen: ‘Weet je nog, toen en daar in Lelystad. Mede dankzij jullie heb ik mijn leven weer op de rails’. Maar ik zeg altijd maar zo: we komen van buiten en zaaien binnen, dat is het mooiste!” Ad en Rola knikken instemmend. „Ze hebben het direct door of je het meent of niet, of je boven hen staat of dat je hen blijft zien als mens met alle respect die daarbij hoort. We komen ze geen lesje leren, we willen dat ze gelukkig worden. Dat is dé kracht van vrijwilligerswerk. We geloven in herstel”. Gerammel van autosleutels, geruis van jassen. Het zit erop, ze maken plaats voor de vrijwilligers die middagdienst hebben. Ook zij geloven in herstel.

Bookmark and Share
Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief