“Tot hier en niet verder”

Gepubliceerd op 11 mei 2015 door Gevangenenzorg Nederland.

Toen ik op de lagere school werd geplaatst, was ik een verlegen jongetje van een jaar of zeven a acht dat geen woord Nederlands sprak. Mijn vader is als gastarbeider naar Nederland gekomen en omdat mijn ouders bijna geen Nederlands konden spreken, spraken we thuis Turks. Op school had ik bijna geen vrienden en werd ik veel gepest, ook vanwege mijn Turkse achtergrond. Ik had een dominante vader, die vaak dronk, veel ruzie maakte met mijn moeder en strenge regels had. Op school behaalde ik minder goede resultaten dan mijn klasgenoten, doordat ik de taal niet sprak. Toen ik in de vijfde klas zat, werd ik van school gestuurd omdat ik betrokken was geraakt bij het afhandig maken van geld van medeleerlingen, doordat ik veel omging met de jongen die dit deed.

Na de lagere school ging ik naar de L.T.S.. Bij mij in de straat waren een paar jongens die kleding uit winkels stalen en langzaam maar zeker begon ik met hen mee te gaan. We stalen voornamelijk kleren om er stoer uit te zien en ook wel om erbij te horen. Ik deed net alsof ik naar voetbaltraining ging, maar eigenlijk was ik op rooftocht. Toen ik betrapt werd, moest ik voor een half jaar naar de jeugdgevangenis, waar ik met roken begon. Toen ik vrijkwam werd ik naar lompschool gestuurd, de hele dag spelletjes spelen. Altijd was ik bang voor mijn vader, maar toch deed ik mee met mijn vrienden. Voor dezelfde delicten heb ik nog een aantal  keer in jeugddetentie gezeten.

Op de lompschool leerde ik andere jongens kennen, we vormden een kleine bende en begonnen in te breken in auto’s en huizen. Ik moest stelen om te kunnen blowen. In het begin blowden we softdrugs en als ik harddrugsgebruikers zag, werd ik soms bang en zei dat ik dat nooit zou doen. We begonnen echter te experimenteren met heroïne. In het begin merk je het niet, maar later begin je er echt ziek van te worden. En voor je het weet, ben je verslaafd. Ik begon steeds meer in te breken voor de drugs. Inmiddels ben ik een veelpleger en heb dertien inrichtingen, waarvan sommige meerdere keren, van binnen en buiten gezien. Ik deed bijna alles voor het geld. Soms pakte ik drie woningen op een nacht als mensen lagen te slapen. Overdag, ‘s nachts, het maakte niet uit: als ik maar aan geld kon komen.

De laatste jaren ben ik ook verslaafd aan coke en sindsdien gaat het alleen maar bergafwaarts. Ik heb ondertussen ISD (een maatregel om meerderjarige stelselmatige daders te plaatsen in een daartoe aangewezen inrichting, red.) gekregen en zit serieuze plannen te maken om naar een kliniek te gaan en een ander leven op te bouwen. Ik vind de ISD een pittige straf en hoop dat ik niet meer ga vastzitten. Ik ga mijn best ervoor doen, want dit schiet niet op. Je moet een keer de knoop doorhakken en ‘tot hier en niet verder’ zeggen. Het levert je niks op en je verliest alleen maar, en bovendien gaat je gezondheid er ook op achteruit.

Mijn advies is dan ook: stop ermee en keer terug. Voor het te laat is.

Een crimineel word je niet zomaar. Gevangenenzorg Nederland helpt gevangenen en hun familieleden. Steun dit werk!

Dit verhaal is opgenomen in het boek Levenslang, verhalen, brieven en gedichten uit de gevangenis – uitgebracht door Gevangenenzorg Nederland. Bestel hier dit boek.

Bookmark and Share
Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangenen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief