“Schoonmaken is een vak, zeker het schoonmaken van vloeren”

Gepubliceerd op 24 augustus 2015 door Gevangenenzorg Nederland.

André (41) zat een straf uit van 17 maanden in de gevangenis van Zoetermeer. Een medewerker maatschappelijke dienstverlening attendeerde André op Gevangenenzorg Nederland. „Ik ben van mezelf heel stil en teruggetrokken”, zegt André. „In de gevangenis zat ik veel op cel en bemoeide me eigenlijk niet zoveel met de andere gevangenen. Ik had gezien dat je zo een knal kunt krijgen als je ook maar íéts verkeerds zegt.” De ex-gevangene praat rustig en lacht soms wat onwennig. „Het liefst was ik maar gewoon aan het werk. Dat vulde je uren en de tijd ging lekker snel. Ik hield me vooral bezig met het inpakken van bijvoorbeeld ondergoed”.

André zocht hulp. „Om 17.00 uur ging de celdeur achter mij dicht. Dan ben je helemaal op jezelf aangewezen. En dan ga je lopen piekeren. Ik was in één keer alles kwijt. Ik had sinds vier jaar een eigen ICT-bedrijfje. Ik deed dat vanuit huis en kon er prima van leven. Ik had eigenlijk een luizenleventje, hoewel ik wel lange dagen maakte. Maar dat maakte me niet uit. Ik had tenminste geen schulden. En ik zat ook met Moniek, mijn dochter, in mijn maag. Ik wist niet hoe ik dat moest oplossen. Toen zei het maatschappelijk werk in de gevangenis: ‘Joh, probeer Gevangenenzorg Nederland eens’. Toen heb ik dus die brief geschreven en vrij snel daarna stond Rinus bij mij in de cel”. Rinus de Boed knikt nadenkend. „Toen ik André zag, had ik al heel snel door dat hij een teruggetrokken man was. Ik moest alle woorden er bijna uittrekken. Ik dacht: ‘Óf hij blijft zo stil, óf hij gaat snel ontdooien’. Gelukkig was het laatste het geval. Toen hebben we vrij snel een vrijwilliger geregeld die hem ging bezoeken”.

Al snel kon André aan de slag bij Aktief Schoonmaakdiensten. „In het begin dacht ik: ‘Schoonmaken, dat kan toch iedereen?’ Maar daar denk ik intussen anders over!” zegt hij breed lachend. „Schoonmaken is een vak, zeker het schoonmaken van vloeren”. Met een trotse glimlach hoort Sila, zijn manager, deze ‘bekentenis’ van André aan. „Ik heb André zelf opgeleid en hem het vak bijgebracht. Ik had al snel door dat hij het in de vingers had. Hij is gemotiveerd en loopt de kantjes er zeker niet af. Wat ik belangrijk vind is ook dat iemand zich goed presenteert. Bij de klanten ben je toch het visitekaartje van het bedrijf. Je moet er verzorgd uitzien en je werk goed doen. Dat iemand gezeten heeft, vind ik niet eens zo belangrijk. Iedereen verdient een tweede kans. Toen Rinus mij benaderde en mij het CV van André gaf, was ik direct geïnteresseerd in hem. Hij is begonnen met een klus van drie dagen per week bij een voetbalvereniging. Hij deed dat prima en paste probleemloos in het team dat ik daar had lopen. Nu is hij al zover dat ik hem helemaal zelfstandig op een nieuwe klus durf te zetten. Pas zat ik wat moeilijk in mijn tijd en heb ik hem ingezet bij een nieuwe klant, een grootwinkelbedrijf. De contactpersoon belde mij later op en had niets dan lof”. Sila glundert. „Kijk, daar geniet ik gewoon van”.

Zou André het alleen zonder hulp gered hebben? „Nou, dat weet ik niet”, weifelt André, „dan had ik het allemaal zelf moeten doen en dat valt niet mee met een verleden. Je hebt juist die steun in de rug nodig. Niet alleen Rinus heeft die gegeven, maar ook Willem, mijn vrijwilliger. Na mijn arrestatie viel mijn bedrijf stil en gingen de rekeningen gewoon door en kreeg ik dus schulden. Toen ik vrij kwam, lag alles door elkaar op mijn kamer. Willem heeft toen alles voor mij geordend en alles op een rijtje gezet. Hij heeft me ook geholpen bij het inschrijven voor een eigen woning. Nu woon ik nog zolang bij mijn ouders, maar ik verlang naar een eigen stekkie”. Hij zwijgt even en voegt er dan nadenkend, met gevoel voor humor, aan toe: „Wat ook wel hielp, is dat Willem net als ik een rustige jongen was. Ja, ik ben blij dat ik destijds hulp heb gezocht!”

 

Bookmark and Share
Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangenen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief