“Sandra en Peter beginnen opnieuw!”

Gepubliceerd op 25 februari 2015 door Gevangenenzorg Nederland.

Peter (48) werkte in de Rotterdamse haven en maakte lange dagen. Zijn droom was een huis in Turkije. Dat zou hij snel kunnen verdienen door even een klusje te doen. Met open ogen liep hij een hellend vlak op – en kon niet meer terug. In de gevangenis vond hij een folder van Gevangenenzorg Nederland. Hij kreeg bezoek van vrijwilliger Bert. Zijn vriendin Sandra vond in vrijwilligster Caroline haar steun en toeverlaat tijdens de moeilijke twintig maanden dat Peter achter slot en grendel zat. Inmiddels is Peter via Gevangenenzorg aan het werk en doen ze er alles aan om het verleden zo snel mogelijk achter zich te laten. We gaan op visite bij Peter en Sandra.

Buiten is het ijzig koud. De straten in één van de buitenwijken van Rotterdam zijn opvallend leeg. Ik bel aan bij één van de vele portiekwoningen. „Hallo, kom binnen”, zegt Peter met een vriendelijke lach. Het eerste wat me opvalt zijn de klokken en pendules in de opgeruimde woonkamer. „Je hebt wat met klokken?” vraag ik. Het antwoord laat zich raden. „Ja, dat kun je wel zeggen, ja”, glimlacht Peter vrolijk. Hij oogt ontspannen. ‘Helemaal geen gevangenistype’, denk ik bij mezelf. „Ja, doe maar wat fris ofzo”, antwoord ik op zijn vraag wat ik wil drinken. Zelf geniet Peter van een pilsje. Hij zit al snel op z’n praatstoel. „Tja, luister, ik ben gewoon stom geweest. Ze vroegen mij of ik een sporttas uit een container wilde halen en die moest ik dan ergens afleveren. Via via zou ik het adres horen. Nou, dan voel je eigenlijk al nattigheid. ‘Het is toch geen drugs?’ vroeg ik nog aan mijn baas, ‘want met dat spul wil ik niks te maken hebben’. ‘Nee hoor’, zei hij tegen me, het zou om goud gaan”. Peter neemt een slok en concludeert opnieuw dat hij „gewoon stom is geweest”.

Arrestatie
„Ik wist meteen dat het foute boel was”. Peter kijkt me aan of hij zeggen wil: dat hoef ik jou toch niet uit te leggen? „Ik zat boven in mijn containerkraan, een straddle carrier. Ik zag de politieauto het terrein op komen. Ze gingen eerst naar m’n baas. Vervolgens werd hem gevraagd om mij te roepen”. Peter laat een stilte vallen en kijkt me veelzeggend aan. „Dan weet je dus één ding heel zeker: dat het goed fout zit!”, aldus een overtuigde Peter. „Nou ja, dan word je afgevoerd naar het politiebureau en verhoord. Uiteindelijk kwam ik in de gevangenis van Scheveningen. Daar werd ik ook nog eens in beperkingen gezet. Ik mocht dus met niemand contact hebben. Nou, dan voel je je echt van alles en iedereen verlaten, hoor”.

Vrijwilligers
„Tussen de spullen die ik in Scheveningen kreeg, zat een folder van Gevangenenzorg. Dat was mijn eerste contact met de buitenwereld. Ik heb dat besproken met Sandra, m’n vrouwtje, toch?” zegt Peter vragend in de richting van Sandra. „Ja, dat klopt helemaal, schat”, zegt Sandra, die inmiddels binnengekomen is. Ze werkt in een van de Rotterdamse ziekenhuizen. „We hebben het er samen over gehad. Jij kreeg Bert en ik Caroline”, vervolgt ze. „Ik vond dat eerst best wel lastig”, pakt Peter op, „want ik dacht dat we samen één vrijwilliger zouden krijgen. Maar ja, ik begrijp ook wel dat jullie daar speciale regels voor hebben. Maar mijn eerste zorg was dat het goed zou blijven tussen Sandra en mij. Daarom had ik graag één vrijwilliger gehad voor ons”.

Gigantisch
„Wat jullie voor ons gedaan hebben, daar ben ik zo blij mee. Dat zal ik nooit vergeten. En dat zonder eigen belang. Dat vind ik echt gigantisch”. Peter zoekt naar de juiste woorden. Zijn gezicht spreekt boekdelen. „Weet je wat Caroline op een gegeven moment tegen me zei?” begint Sandra glunderend, „ze zei: ‘ik kan meer dan alleen maar praten, hoor. Kom, ik ga je helpen met verhuizen’. Ze was méér dan een vrijwilliger voor me. Heel veel mensen laten je vallen. M’n familie vond dat ik maar moest stoppen met Peter. Maar dat wilde ik niet, en hij ook niet”. Ze kijkt verliefd naar Peter. „Nee”, schudt Peter, „we wilden samen door. Maar als je vastzit kun je niet veel, hè. Je hebt één uurtje per week bezoek en dat ging niet altijd. Want Sandra moest werken. Er moest gewoon geld verdiend worden. We moesten het huis verkopen en op zoek naar een huurhuis”.

Vertrouwen
„Bert was echt een gouwen gozer. Elke twee weken kwam hij op bezoek. Ik mis dat nu wel. Gewoon leuten met elkaar. Iemand die er voor jou is en die je ook kunt vertrouwen. Bert heeft mij er verschillende keren bovenop geholpen. Je loopt allemaal weleens vast. Dan is het goed dat er iemand is die je de andere kant uit laat kijken. Dan krijg je weer moed om verder te gaan”, aldus Peter. „Dat geldt voor mij natuurlijk ook”, vult Sandra aan. „Ik heb wat afgejankt. Ik zag het soms helemaal niet meer zitten. En toch wilde ik verder met Peter. Hem laten stikken was geen oplossing. Bovendien geef ik vreselijk veel om hem. En samen hebben we een zoontje van vier jaar. Die heeft toch echt een moeder èn een vader nodig”. De nazorgperiode is inmiddels afgerond. Met hun vrijwilligers Bert en Caroline zijn ze met z’n vieren naar een restaurant geweest. „Dat was echt heel gezellig”, zeggen Peter en Sandra in koor. Peter voegt er nadenkend aan toe: „Eigenlijk missen we dat wel een beetje. Ik zou het geweldig vinden als ze gewoon even een bakkie zouden komen doen. Wil je dat tegen ze zeggen? Zeg dat ook maar tegen Rinus. Moet-ie echt doen, hoor!”

Werk en toekomst
Collega Rinus de Boed heeft Peter aan een werkgever geholpen. Peter is daar erg blij mee. „Rinus dacht dat-ie mij zo weer in de haven aan de bak zou hebben”, zegt hij met pretoogjes. „Maar leer mij de haven kennen. De haven is groot, maar ook klein. Daar kom je niet zomaar binnen. Je moet elkaar echt kennen. Ik sprak pas nog een oudcollega. Maar voorlopig zit ik goed, hoor. Ik werk trouwens nu ook in de haven, maar niet het èchte werk. Ik werk nu in een grote loods waar van alles en nog wat wordt opgeslagen. Ik ben blij dat ik werk heb. Want ik moet nog € 4.000 aflossen. Met die klus waarvoor ik vast kwam te zitten, heb ik € 24.000 verdiend. Dat wordt dus netjes afgepakt door de politie. Mijn auto is bij de domeinen verkocht voor € 7.000. Daarnaast hebben ze thuis voor € 13.000 aan contanten meegenomen. Reken maar uit”.

Voldoening
Ook Rinus kijkt met voldoening terug op de contacten met Peter. „Hij kwam bij mij direct al over als een sympathieke vent. Een prettige uitstraling en een goed CV, vond ik. Hij was kraanmachinist. Via een detacheringsbureau heb ik een werkgever aangedragen voor hem en dat klikte. Hij kon aan de slag als hulpmonteur. Daarna ben ik nog een paar keer bij hem thuis geweest. Dat is onze nazorg. Gewoon ook even persoonlijk kijken hoe alles reilt en zeilt. Dat is zo belangrijk, ik noem dat altijd maar de warme nazorg. Het is toch net even wat anders dan een telefoontje. Dat doe ik ook wel, maar sowieso wil ik iemand ook graag even persoonlijk zien en spreken. Juist dan komen allerlei zaken naar boven die je niet zo makkelijk door de telefoon vertelt”. Inmiddels is het dossier van Peter en Sandra voor Gevangenenzorg gesloten. Het is al laat als ik weer naar huis ga. Ik kijk nog één keertje naar boven in de Rotterdamse straat. Achter elk raam huist een verhaal. Wat mooi dat je met elkaar zoveel voor mensen kunt betekenen.

Dit verhaal was opgenomen in onze Nieuwsbrief.

Bookmark and Share
Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangenen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief