“Ik had overal schijt aan”

Gepubliceerd op 28 april 2014 door Gevangenenzorg Nederland.

„Toen ik nog buiten was, had ik overal schijt aan”, zegt Sem (17). Een crimineel vindt hij zichzelf niet, maar hij had wel veel ruzie, vooral thuis. Op zondag 7 februari liep het volledig uit de hand. Drie weken later werd hij opgepakt. We spreken Sem op de dag dat hij vrijkomt, na zes lange maanden. Hij staat stijf van de spanning. Een week later spreken we Christine, een van de vrijwilligers in de S.O.S.-cursus die Sem volgde. Ze glimlacht als zijn naam valt. „Sem is het bewijs dat S.O.S. de moeite waard is voor jongeren”. S.O.S. staat voor Spreken Over Schuld. In zes bijeenkomsten leren jongeren nadenken over het nemen van verantwoordelijkheid.

„Effe denken hoor”, zegt Sem, naar beneden kijkend, „het is nog vroeg”. Om half negen zitten we tegenover elkaar in een klein kamertje. Langs de tralies achter Sem raast het verkeer over de A44 voorbij. Over twee en een half uur zal Sem over dezelfde weg zijn vrijheid tegemoet gaan. „Ik ben hartstikke gespannen, joh”, bekent hij schuchter. „Ik heb lang binnen gezeten, te lang. Zes maanden is echt lang, hoor! Hier kun je veel nadenken, ik in ieder geval wel. Bijvoorbeeld over wat ik verkeerd heb gedaan en hoe ik m’n leven kan beteren. Daar heb je hier wel tijd voor. Regeltjes boeiden mij vroeger helemaal niet. Als ik vroeger te laat thuis kwam, mocht ik de andere dag niet weg van m’n moeder. Ik verzon dan gewoon een smoesje. Dat ik naar een vriendje ging ofzo en dat ik daar mocht blijven slapen. Zeker, m’n moeder zorgde best wel goed voor me, maar ik had gewoon veel akkefietjes met haar. Ik had gewoon lak aan m’n moeder. Achteraf vind ik dat best wel stom van me. Maar ja, ik zat toen zo in elkaar. Echt waar, wat anderen vonden, interesseerde me niet”.

Respect
In de Sassenheimse justitiële jeugdinrichting Teylingereind kwam de ommekeer. „De S.O.S.-cursus is echt wat voor jou!”, zei iemand tegen mij. Ik had al wat gepraat over mijn delict, maar ik wilde meer leren. Nou ja, toen heb ik me maar opgegeven. Mijn eerste indruk was: zo, best wel veel jongens. We zaten met ongeveer tien jongens. Ik kende ze niet. We begonnen met onszelf netjes aan elkaar voor te stellen. Dat deden de vrijwilligers van Gevangenenzorg Nederland ook. Dat vond ik al een mooi voorbeeldvan respect. Dat je naar iemand luistert en hem laat uitpraten, dat deed ik ‘buiten’ dus niet… Die eerste twee bijeenkomsten vond ik niet zo heel boeiend, maar daarna was het super. Vooral het verhaal van dat slachtoffer dat overvallen was. Dat vond ik heel bijzonder”.

Slachtoffer
In de S.O.S.-cursus legde hij ook een link met zijn eigen slachtoffer, vertelt Sem. „Ik dacht vaak: ‘Het was gewoon niet nodig’. Ik zou hem willen zeggen dat ik er spijt van heb en dat ik het niet had moeten doen. Ik was samen met twee vrienden bij iemand in huis. We hadden drugs en alcohol gebruikt. Op een gegeven moment ontstond er een woordenwisseling en liep het volledig uit de hand. Samen met mijn vrienden schopte ik een man van 26 in elkaar. We hadden onszelf niet meer in de hand. Die man moest naar het ziekenhuis en deed aangifte bij de politie. Ik hield er rekening mee dat de politie me zou arresteren. Maar ik had geen zin om mezelf aan te geven. Nee zeg, dat doe je niet. Nu denk ik daar anders over. Het was gewoon niet nodig geweest. Ik zou dat tegen het slachtoffer willen zeggen en ook dat het me spijt. Ik ben benieuwd of hij mijn excuus aanneemt. Nee, er wordt nog niet aan gewerkt, maar ik zou het wel willen”.

Toekomst
Sem is vastbesloten zijn jonge leven te beteren. „Ik wil andere vrienden”, zegt hij beslist. „Vanaf m’n twaalfde had ik een vriendengroep en samen hadden we overal schijt aan. Het ging van kwaad tot erger. Het is een van de redenen om niet meer in mijn oude woonplaats Zoetermeer te gaan wonen. Zometeen word ik door de reclassering opgehaald en brengen ze me naar een gastgezin in Alblasserdam, geloof ik. Ik moet naar school in Dordrecht, of andersom. Ik weet het niet precies. Het enige wat ik weet, is dat het een gezin is met twee dochtertjes, vier konijnen en een hond. Na een jaar wil ik bij mijn vader gaan wonen in Delft”. Sem kijkt met schuine ogen omhoog en heft een trillende linkerhand op. „Maar ik ben echt zenuwachtig, man. Echt waar. En ik moet zo mijn kamer nog opruimen”, voegt hij eraan toe. De boodschap is duidelijk. Sem vindt het genoeg. Hij wil klaar zijn als de reclassering komt. Nog één vraag: „Wat vond je van de vrijwilligers?” „Ja, die vond ik echt super. Het zijn gewone mensen die laten zien dat mensen die vast zitten ook aandacht moeten hebben. Ik heb veel respect voor hen!”

 

 

Bookmark and Share
Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief