“Eén keer zitten is genoeg!”

Gepubliceerd op 29 januari 2014 door Gevangenenzorg Nederland.

Hij zat 900 dagen vast. Eerst in Duitsland, toen in Nederland. Door de detentie raakte hij zijn vrouw en drie kinderen kwijt. Het contact met de familie bleef wel in stand, maar hij voelde zich enorm schuldig. Eenmaal in een Nederlandse gevangenis ziet hij een poster van Gevangenenzorg hangen en vraagt een vrijwilliger op bezoek. Eerst komt Aukje op bezoek, maar als hij vanuit het Noorden overgeplaatst wordt naar het Westen, neemt Mariska het stokje over. „In een periode dat ik er echt diep doorheen zat, heb ik veel gehad aan de gesprekken met Mariska”, zegt een vlot pratende Bob. Een terugblik met Bob en Mariska, onder het luisterend oor van Saskia, de vriendin van Bob.

„Ik zat in de laatste fase van mijn detentie en had verlof met oud en nieuw. Toen kreeg ik te horen dat mijn ex-vrouw in verwachting was van mijn vriend. Toen knapte er vanbinnen écht wat bij me”, vertelt Bob. Hij pauzeert even en gaat dan verder. „Ik ben naar huis gegaan en heb alle flessen waar alcohol in zat leeggedronken”. Hij kan het nog steeds niet geloven. „We hebben drie kinderen. Eén daarvan is echt een biologisch kind van ons, de andere twee zijn van haar. Maar ik zag ze als mijn eigen kinderen. De ene was nog een baby toen ik kwam. Die weet niet beter of ik ben haar vader. En de ander was vier jaar. Met hem kon ik ook heel goed opschieten. Alle kinderen hingen gewoon aan me en ik aan hen”. Bob straalt van oor tot oor als hij over zijn kinderen praat. „Maar de dag erna moest ik me weer melden in de bajes van Scheveningen. En ja, bij de urinecontrole viel ik natuurlijk door de mand. Via Zoetermeer kwam ik in de gevangenis van Hoogvliet. Daar zat ik dan. Terug bij af en finaal vastgelopen”.

Praten
Eenmaal in Hoogvliet belt Bob opnieuw met Gevangenenzorg. „Ik wilde graag weer een vrijwilliger. Ik had goed contact met m’n familie, vooral met m’n moeder, maar weet je, ik wilde haar niet met mijn problemen opzadelen. Ik had haar al zo veel verdriet gedaan. Ik wilde gewoon tegen iemand aanpraten die ‘vanbuiten’ komt”. „Nou, praten, daar had je echt geen moeite mee”, lacht Mariska. „Je leek wel een waterval, je praatte aan één stuk door”. „Waarschijnlijk heb jij dan de juiste vragen gesteld”, denkt Saskia hardop. Bob grinnikt. „Met praten heb ik inderdaad geen moeite. Ik kan makkelijk een uur volpraten”. „Oh ja, daar twijfel ik geen moment aan”, kaatst Mariska terug. „En ik vond het wel prettig, hoor. Zo’n eerste bezoek is toch altijd spannend”. Met een vragende blik: „Maar ik had de indruk dat je me al vrij snel vertrouwde”. Bob knikt. „Absoluut. Jij was de tweede vrijwilliger van Gevangenenzorg. Je kunt direct merken dat jullie – ja, hoe zeg je dat – getraind zijn”.

Oordelen
„Klopt”, zegt Mariska. „Een van de dingen die je echt moet leren, is om niet te oordelen. Het zit zo ingebakken in je denkpatroon. Eigenlijk wordt iedereen daarmee opgevoed. Mensen in de gevangenis zijn slecht. Maar als ik op bezoek ga in de gevangenis, wil ik bewust een houding uitstralen die zegt: ‘ik kom voor jou als mens, niet voor je delict’. Dat is iets anders dan alles goedpraten”. Ze krijgt bijval. Bob knikt instemmend: „Toch zijn er maar weinig mensen die dat kunnen. Heel veel mensen staan gewoon met een oordeel klaar. Maar als ik merk dat iemand mij als medemens tegemoet treedt en me niet veroordeelt, ja, dan durf ik vertrouwelijk te worden en écht een gesprek aangaan. Een mooi voorbeeld daarvan is het praten over mijn kinderen en de schuldgevoelens die ik had naar hen toe. Het is heel simpel: in de bajes toon je geen emoties. Maar je hebt ze wel! Ook dáárom wilde ik graag iemand van Gevangenenzorg op bezoek, iemand van buitenaf”. Bob zwijgt even.

Mogen
„Ik zie het bezoeken van gevangenen niet als moeten, maar als mogen”, legt Mariska uit. „Wie ben ik, dat iemand z’n hart voor mij opent? Als een gevangene aangeeft: ‘ik ben blij met jouw bezoek’, dan kan ik daar heel dankbaar voor zijn. Dat je van betekenis mag zijn, dat is mooi. Je gunt iemand zo dat hij zijn leven weer op de rails krijgt”.

Stemmen
Ze roert in haar koffie. „Nu we zo zitten te praten, schiet me ineens nog wat ludieks te binnen. Ik kwam een keer op bezoek en Bob vroeg mij: ‘Kan ik ook stemmen?’. Het was verkiezingstijd. Dat was wel de laatste vraag die ik verwacht had. ‘Hm’, dacht ik toen, ‘even Gevangenenzorg bellen’. En ja hoor, meneer kreeg verlof om te gaan stemmen. Dat vind ik nou typisch Bob. Hij was altijd bezig met wat hij nog wél zou kunnen”. „Natuurlijk!”, vult Bob aan. „Je kunt wel gaan zeuren over wat er allemaal niet mag, maar daar schiet je niks mee op. Weet je, de stemming in de bajes ís al zo negatief. Veel gevangenen hebben gewoon geen ruggengraat en zijn met verkeerde dingen bezig. ‘Straks doe ik het beter’, zeggen ze dan. Eigenlijk moet je naar de stem in je hart luisteren. Ik heb al vrij snel tegen mezelf gezegd: jij bent dom geweest. Met een transportje dacht je even snel geld te verdienen. Eén simpele routinecontrole aan de grens maakte mijn schuld groter dan ooit. Ik had al financiële schulden. Daar kwam een emotionele schuld bij, vooral ten opzichte van mijn kinderen. Daar heb ik het heel moeilijk mee gehad. Gelukkig heeft mijn familie mij vergeven. Veel gevangenen zijn alleen maar bezig met de vraag: ‘Hoe kom ik buiten?!’ Alles wat ze pakken kunnen, zullen ze aangrijpen. Ze spelen mooi weer en doen mee met allerlei activiteiten. Maar diep in hun hart weten ze of ze het menen of niet”.

Zelf hield Bob zich toch een beetje afzijdig in de gevangenis. „Natuurlijk maakte ik weleens kletspraatjes. Maar ik gaf bijvoorbeeld nooit mijn adres enzo. Ik heb één keer gezeten”. „En dat is meteen de laatste keer geweest”, fluistert Saskia. Bob slikt. „Juist omdat ik wilde veranderen, heb ik heel veel waardering voor wat Mariska en al die vrijwilligers doen. Jullie zijn een heel belangrijke stem in de bajes. Echt waar!’

Werken
Gevangenenzorg hielp Bob om een baan te vinden. „Al zou ik poep moeten scheppen. Ik wilde maar één ding: werken! Rinus, jullie arbeidsbemiddelaar, heeft me geholpen een mooie cv op te stellen. Na detentie kon ik aan de slag bij een organisatie voor kinderspullen. Ik coördineerde onder andere de chauffeursdiensten. Ik had het daar heel erg naar mijn zin. Mijn chef was dik tevreden over mij. Hij wist dat ik gezeten had, maar had daar geen problemen mee. Op een dag kreeg ik een brief dat ik een vaste aanstelling zou krijgen. De volgende dag kreeg ik m’n ontslagbrief. Toen de directie namelijk hoorde dat ik gezeten had, was het direct over en uit. Dat was wel even slikken”, geeft Bob aan. „Detentie blijft je altijd achtervolgen. Vreselijk! Tegelijkertijd heb ik de instelling: als je wilt werken, is er werk, ook voor iemand die uit de bajes komt!” Inmiddels is Bob succesvol zzp’er. „Ik doe alles wat er in de bouw nodig is. Slopen, wandjes zetten, noem maar op. En in de zomer ga ik in Scheveningen alle strandtenten af en bied ik me aan. Er is gewoon werk. Werken geeft een doel”. Hij schudt ons lachend de hand: „Dus ga vooral door met jullie werk, bedankt voor alles!”

 

Bookmark and Share
Terug naar het overzicht
Samen werken aan herstel. Daarom kun je altijd je vragen stellen.

NIEUWSBRIEF

Mis de ingrijpende verhalen van gevangen en hun familieleden niet.
Inschrijven voor de nieuwsbrief